vrijdag 28 januari 2011

Tussen twee huizen

Bovenaan de trap aarzel ik of ik een plank mee zal nemen omdat de plank die vooraan staat en nu aan de beurt is, best groot is en dus zwaar.
*
In de keuken wil ik het raam opmeten om te kijken of die vouwgordijnen van Marktplaats passen, maar ik kan het meetlint nergens vinden, ook niet in de kast waar nu even al het gereedschap ligt.
*
Ik schilder nog één muurtje en begin nog niet aan het plafond omdat ik dat zo bobbelig vind. Misschien moet daar eerst Muurglad op, maar zou dat houden op een plafond?
*
Het resthout van de vloer in ons oude huis ligt hier al lekker te acclimatiseren. Ik leg een hele mooie lange plank bovenop de stapel.
*
Bij iedere deur in huis leg ik een stukje ondervloer en daar bovenop een plank om te kijken welke deuren moeten worden ingekort.

donderdag 27 januari 2011

Nieuwe warmte

Vanaf drie hoog kijk ik naar beneden. Er is een parkeerplaats precies voor de deur en mijn zus manoeuvreert haar veel te grote auto in het kleine vak.
'Mijn zus rijdt heel goed', zeg ik tegen de cowboy die uit het andere raam hangt.
'Wat een slee.'
'Ze wil die auto eigenlijk wegdoen, maar ze vindt hem ook handig omdat ze dan onze ouders kan rondrijden.'
De laatste tijd rijden we onze ouders vooral naar ziekenhuizen en begrafenissen maar vandaag is een leuke dag, want ze komen ons nieuwe huis bekijken. Mijn vader stapt uit de bijrijderstoel. Van bovenaf is hij best kaal. Mijn zus helpt mijn moeder van de achterbank. Als ze allemaal buiten de auto staan, roepen we. Zoekende blikken naar boven en uitgelaten hallo's als ze ons in de lucht ontdekken. Ik ga de deur open doen.

'Hebben wij jou eigenlijk iets beloofd voor het nieuwe huis?' had mijn vader de dag daarvoor geïnformeerd.
'Ja, we hebben een heel leuk kacheltje besteld. Jullie kunnen het alleen nog niet in het echt zien, maar wel op een foto.'

Ik krijg een envelop waarop staat: Een nieuw huis: dus nieuwe warmte uit een prachtig kacheltje. Veel geluk in die koestering! Ik lees het extra mooi voor omdat ik weet dat mijn vader daarvan geniet. Omdat hij het geschreven heeft.

Mijn zus wil behalve op bezoek komen ook nog even wat doen en ze wit een plafonnetje. Voor mijn ouders heb ik wat kranten gekocht en ze zitten zoet te lezen. Ze durven bijna niks te zeggen, want als ik af en toe bij ze kom zitten, lezen ze gewoon verder. Ik plamuur wat gaatjes in hun buurt.

woensdag 5 januari 2011

Helden van de oude dag

Dit blog zou eigenlijk 'Mijn ouders' moeten heten, zo vaak als ik over ze schrijf. Ze zijn op dit moment erg belangrijk voor me. Zij laten mij zien hoe het is om waardig oud te worden. Ze zorgen goed voor elkaar. Het is fijn dat ze elkaar nog hebben. De tia van mijn moeder is mijn vader een beetje teveel geworden. Hij sluit zich af. Dit heb ik van mijn moeder die in verhalen leeft, dus de kern van waarheid moet je er altijd uit filteren.
'Hij voelt een beetje druk op de borst', vertelde mijn moeder gister door de telefoon.
Mijn vader zou nooit uit zichzelf naar de dokter gaan. Bij hem weet je ook niet of het lichamelijk is of een psychische afrekening met het feit dat hij het kwakkelen van mijn moeder allemaal moet doorstaan.
'Hij is een echte Westfries', zegt mijn moeder altijd. 'Die tonen hun gevoelens niet.'
'Dat maakt mij een halve Westfries', zeg ik dan.
'Heb jij dat dan ook?', vraagt mijn moeder ongelovig alsof ik alleen haar genen heb.
'Nou ja, ik heb het dus allebei, me wel goed kunnen uiten en me niet goed kunnen uiten.'
'Dat is niks', zegt mijn moeder en daar heeft ze gelijk in.
'Laat je wel genoeg weten dat je het waardeert dat hij zo goed voor je zorgt', vraag ik.
'Hij doet heel erg zijn best en ik ben alleen maar met mezelf bezig.'
'Gewoon een keer benoemen,' zeg ik. 'Gewoon zeggen: ik waardeer het.'
'Als ik dat zeg, dan wordt ie alleen maar kwaad.'
'Dan zeg je het niet maar laat je het merken.'
'Hoe dan?'
'Jij kent 'm al zestig jaar dus je weet vast wel een manier.'
Er valt een mooie denkstilte.
'Ja, ik denk dat ik wel iets weet', zegt ze dan.

dinsdag 4 januari 2011

Licht uit

Op een avond ging bij mijn moeder het licht uit.
'Net alsof er iemand aan het lichtknopje trok.'
Ze zag nog maar met één oog. Voor haar andere was het grijs.
'Je ziet niet veel hoor met één oog.'
Na een uur trok de mist op en kon ze op slag weer zien.
De oogarts zei dat het pas bij zwart echt ernstig zou zijn geweest maar dat het bij grijs meeviel. De fysiotherapeut vroeg of haar mond ook had getrokken. Nee, alleen het oog, had mijn moeder gezegd. De huisarts tenslotte dacht dat het een tia was en schreef haar aspirine voor.
'Ik ben gelukkig in goede handen.'

De zin 'Net alsof iemand aan het lichtknopje trok' blijft me bij, omdat een man exact die zin zei, in een documentaire over antidepressiva. Bij hem werd zijn depressie hiermee ingeluid. Jarenlange donkerte in zijn hoofd. Hij kreeg elektroshocktherapie en op een dag ging het licht weer aan. Hij was wel heel veel vergeten. Erg moeilijk voor zijn gezin dat zowel goede als slechte herinneringen niet meer met hem kon delen.