vrijdag 29 juli 2011

Een hernia of geen hernia

Mijn moeder verkondigde al weken dat ze een hernia had en dat ze dan een kleine operatie nodig zou hebben, klaar, weg, pijn in de lies. Ze had nog geen uitslag van de MRI gehad, maar ze wist het zeker. Ze hoopte op een hernia, opdat de pijn aanwijsbaar zou zijn en de mogelijkheid bestond het te verhelpen. De vakantie werd er voor afgezegd en mijn zus en ik waren gekomen om mee te gaan naar het ziekenhuis voor de uitslag.
'Als ik een hernia heb, gaan we uit eten', zei mijn moeder.
Met zijn vieren zaten we in het kleine wachtkamertje gepropt, mijn zus, mijn vader, mijn moeder en ik.
'Een alleraardigste vrouw, de neurologe, een Poolse', zei mijn vader. Hij bleef de naam herhalen. Hij had duidelijk geoefend.
'Ze is totaal niet wat je verwacht bij een neurologe.'
Even later zaten we op een rij voor het bureau van een vrouw die geen doktersjas droeg, maar een zwarte jurk met rode bloemen, haar gezicht zorgvuldig opgemaakt en haar lange zwarte haar over één schouder gedrapeerd.
'U heeft geen hernia', zei de vrouw die er niet uitzag als een neurologe.
Mijn moeder reageerde teleurgesteld. 'Maar ik heb wel pijn', zei ze, alsof de neurologe haar die pijn ter plekke gaf.
'Dat geloof ik', zei de neurologe, 'maar de pijn komt niet door een hernia en er zit ook geen zenuw in de knel.'
Ze liet de foto's zien op haar computerscherm. We tuurden naar de dwarsdoorsnede van de ruggengraat van mijn moeder.
'En wat moet ik nu?', vroeg mijn moeder.
'Ik stuur u terug naar de orthopeed en die moet weer verder zoeken.'
'Dat gaat maanden duren en ik maar pijn lijden', zei mijn moeder.
'Ik kan verder niks doen.'
'Dus ik heb geen hernia?', vroeg mijn moeder alsof de neurologe nog van gedachten zou veranderen.
'Ik heb een hernia uitgesloten. U heeft geen hernia.'
Beneden maakten we een nieuwe afspraak met de orthopeed.
Toen we buiten stonden, zei mijn moeder: 'Dan gaan we toch maar uit eten om te vieren dat ik geen hernia heb.'
Deze week krijgt mijn moeder een botscan.

maandag 25 juli 2011

Ouder worden en er iets van vinden

'Ik vind er niks aan, ouder worden', zegt mijn moeder.
'O', zegt mijn vader.
'Vind jij er wat aan dan?', vraagt mijn moeder.
'Kan best zijn dat ik er ook niks aan vind, maar ik praat daar nooit over', zegt mijn vader.

dinsdag 5 juli 2011

Nagels knippen

'Wil jij onze nagels knippen?'
'Ja hoor', zeg ik.
'Wij kunnen er niet meer bij.'
'Het schaartje hebben we al klaar gelegd.'
'Het ligt binnen op het theekastje.'
'Zodat we het niet zouden vergeten te vragen.'
Ik haal het schaartje, pak een krukje uit de garage en loop terug de tuin in.
'Wie wil eerst?' vraag ik.
Mijn vader wil eerst.
'Zo, leg je voet maar op het krukje.'
Mijn vader begint al te sissen nog voor ik de schaar in zijn teennagel heb gezet. Ik bestudeer zijn voeten, in hoeverre ze op de mijne lijken. Sommige nagels zijn moeilijk want die zijn verkalkt en daardoor dik en hard. Zijn huid is extreem zacht.
'Zo, volgende patiënt', roep ik als ik klaar ben.
'Ik zit in de wachtkamer', roept mijn moeder en ze legt haar boek op tafel. Ik zet het krukje voor haar neer.
'Had jij nou ooit verwacht dat je onze nagels nog eens zou knippen?', vraagt ze.
'Nee nooit', zeg ik.
Mijn moeder heeft mooie voeten, met hoge wreven. Balletvoeten. Ik bewonderde ze als kind al en probeerde mijn voeten net zo te houden als mijn moeder als ze met haar benen over elkaar zat, haar schoen soms bungelend aan haar teen, maar mijn wreven zijn niet zo mooi hoog. Haar nagels zijn zacht en soepel. Het werkje is zo gepiept maar ik neem de tijd.

Het lekkerste chocolaatje

Mijn vader heeft een chocolaatje bij zijn koffie gekregen. Hij steekt het in zijn mond en sluit verzaligd de ogen.
'Dit is wel het lekkerste chocolaatje dat ik ooit gegeten heb', zegt hij.
Mijn moeder naast hem zegt: 'Inderdaad, je ruikt helemaal lekker.'
Hij blaast zachtjes richting haar neus en zij snuift de geur op. Dan geeft hij haar een kusje op haar bovenarm.
'Heerlijk hè', zegt ze.