zaterdag 22 oktober 2011

Bob Dylan

We reisden af naar Antwerpen om de meester te zien. In 2004 schreef hij in zijn Chronicles hoe hij langdurig zocht naar een nieuw geluid en een daarbij horend publiek. Hij wilde steeds in dezelfde zaaltjes spelen en zo een nieuw publiek opbouwen. Ik denk dat het hem behoorlijk gelukt is en ik denk ook dat mensen die om de verkeerde redenen naar zijn concert komen vanzelf zullen afhaken. Hij heeft zich altijd willen vernieuwen en nooit willen vastleggen. Je moet niet gaan om hem de nummers van zijn platen te horen naspelen, of omdat je in de sixties ook al van hem hield. Mensen vragen: 'Is het nog wat, die Bob?' Dat vind ik beledigend. Als je met de verkeerde aannames een Bob Dylan concert gaat zien, kom je waarschijnlijk bedrogen uit. Ik denk dat dat met aannames vaker het geval is. Aan Bob ligt het niet. Die doet daar niet aan. Die heupwiegt en rockt en bluesharpt vrolijk verder. Hij zoekt, sluit zijn ogen voor iedere regel, hoe zal ik deze nu eens fraseren? Geen avond is hetzelfde. Bob is tamelijk magic.

Ik zag een interview met hem van lang geleden. Bob zat op een bankje op zijn ranch. Zijn kapsel ving wind.
De interviewer vroeg: 'Wat vind je leuk om te doen?'
'Ik hou van lachen.'
'En waar lach jij om?'
'Als iets grappig is.'

donderdag 6 oktober 2011

De wespenverdelger

Mijn ouders hadden een wespennest in de achtergevel van het huis, net onder het dak, bij het raam van hun slaapkamer. Mijn zus had het ontdekt. Mijn ouders hadden ook al wespen in hun slaapkamer gehad. Vandaag kwam een man op een ladder een poederachtig bestrijdingsmiddel in het gat spuiten waar de wespen in en uit vlogen. Even later zweefden er witte wespen boven het terras alsof ze dronken waren.
'Pas op', zei de man tegen mijn vader. Er zat een wesp op mijn vaders kraag geplakt. 'Ze willen nu alleen maar zitten en steken.'
Hij leek banger voor de wesp dan mijn vader.
'Wij doen altijd zo en dan gaan ze vanzelf weg', zei mijn vader en hij maakte een traag gebaar met zijn hand. De wesp verroerde zich niet.
'Ze kunnen niks anders meer dan steken', zei de man en veegde voor de zekerheid toch de wesp maar weg van mijn vaders kraag. We gingen naar binnen om onszelf te beschermen tegen de wit bepoederde wespenplaag die inmiddels boven het terras voor haar leven vocht.
Binnen bood mijn moeder de man koffie aan. Hij ging aan de keukentafel zitten.
'Hoeveel wespen zitten er nou in zo'n nest?', vroeg mijn moeder.
'Zeker zo'n acht tot tienduizend.'
'U bent zeker geen bang mens', zei mijn moeder.
'Als ik ergens in de zomer op een terrasje zit, ben ik panisch als er één zit, maar nu niet, want nu ben ik in de aanval. Ik ga altijd net onder de aanvliegroute staan.'
'Moet u geen pak aan, zo'n imkerpak?'
'Nee hoor, dan heb ik geen bewegingsvrijheid.'
'Nou, wat een interessant beroep heeft u.'
'Vroeger deed ik mollen', zei de man.

Door het raam zagen we hoe de wespen bij bosjes uit de muur op het terras vielen of er nog even boven bleven hangen. In slow motion. Sommigen lieten witte afdrukken achter op de glazen schuifdeuren, compleet met voelsprieten, lijf, kop, poten en vleugels. Als bewijs van het drama. Wiebelige wespenspoken.
'Nu moeten ze het liefst terug het nest in om het gif naar binnen te brengen', zei de wespenverdelger. 'De koningin moet dood.'
'O, de koningin moet dood', peinsde mijn moeder voor zich uit.
'En dan gaat het volk vanzelf.'

woensdag 5 oktober 2011

2011

Mijn moeder wordt een hele dag onderzocht op de geriatrische afdeling van het ziekenhuis. 'De afdeling voor oude mensen', zegt ze op de heenweg in de auto. Mijn vader en ik zijn vandaag haar begeleiders en mogen de hele dag op de afdeling blijven. Dagopname heet dat. We hebben een eigen kamer met een bed waar mijn moeder kan rusten als ze dat wil en er is een hoek met een tafel waaraan we spelletjes kunnen doen en de krant kunnen lezen. Aan deze tafel krijgen we straks ook lunch.

De deuren van de afdeling zitten op slot. Ik krijg van de verpleegster een code, om de deuren te ontgrendelen. En zo kan ik de hele dag in en uit. Naar de wc, die voor bezoekers buiten op de gang is, maar ook met mijn moeder als ik haar naar een andere afdeling moet rijden. Het onderzoek is grondig en zowel haar lijf als haar hoofd worden onderzocht. Mijn vader en ik vullen een formulier in over mijn moeders geheugen en gedragingen, terwijl mijn moeder in een ander kamertje een geheugentest doet. Bij de vraag of er veranderingen zijn in het seksleven, kijk ik de andere kant op. Mijn vader zegt hardop: 'Geen veranderingen.'

Na de lunch moet ik naar de wc. Ik typ de code in die ik de hele ochtend heb gebruikt, maar het groene lampje gaat niet branden. Ik sta te hannesen met die code, als er een man achter een rollator mijn kant opkomt.
'Lukt het niet?', roept de man me tegemoet.
'Die code was toch 2345?', vraag ik.
'Wat zegt u? Ik versta u niet', zegt hij.
'De code van de deur is toch 2345?' Ik schreeuw het in lichte paniek.
Nu komt er een verpleegster de gang op.
'Ja, dat is natuurlijk niet echt handig dat je die code hier hardop gaat lopen roepen', zegt ze.
'O, sorry', zeg ik.
'Wat gaat u doen, meneer Aartsveen?', vraagt ze aan de man.
'Ik wilde een eindje gaan wandelen', en hij kijkt verlangend richting gang.
'Dat lijkt me geen goed idee want dan raakt u de weg weer kwijt.'
'Dat zal toch wel meevallen', zegt meneer Aartsveen.
'Ik ga zo wel een stukje met u lopen. Ik maak even iets af. Ik kom u zo wel halen', en ze verdwijnt haar kamer weer in.
Meneer Aartsveen loopt terug naar waar hij vandaan kwam alsof het daar ineens allemaal te doen is. Ik sta volledig aan mijn lot overgeleverd bij de gesloten deur. Pas nu valt me het briefje op dat bij het codetoetsenbord hangt.
CODE OM DEUR TE OPENEN IS HET HUIDIGE JAARTAL.
Blijkbaar is de code na de lunch veranderd. Ik toets het huidige jaartal in en ik krijg een groen sein.
Op de deur hangt een A4 waar met grote letters op staat: LAAT GEEN PATIËNTEN VAN DEZE AFDELING MET U MEE NAAR BUITEN LOPEN. Ook dat zie ik nu voor het eerst. Als ik op de wc zit, schaam ik me. Ik zou aan de verpleegster willen uitleggen dat ik me nu pas realiseer wat voor afdeling dit is, met mensen die het huidige jaartal niet meer weten. Ik zou haar willen zeggen dat ik van nieuwe apparaten ook nooit de gebruiksaanwijzing lees. Dat ik onmiddellijk op knopjes begin te drukken om te kijken wat er gebeurt. Dat ik al die briefjes gewoonweg over het hoofd heb gezien. Maar ik zou het allemaal nooit in één zin kunnen samenvatten. En wat als ze geen tijd heeft om te luisteren naar mijn verdwaalde gedachten?
Later die middag moet mijn moeder nog een hartfilmpje laten maken op een andere afdeling. Als we door de deur moeten en ik de code intik om de deur te openen, vraag ik aan mijn moeder: 'Mam, wat is het huidige jaartal?'
'2011. Hoezo?', vraagt ze.
'O gelukkig', zeg ik.
'Was je dat vergeten?', vraagt ze.