woensdag 21 juli 2010

Recht

De orthomanuele arts heeft mij zojuist officieel recht verklaard.

zondag 18 juli 2010

De ware

Voor het eerst stap ik het tweedehands boekwinkeltje op de hoek binnen. Ik zoek pulpboeken. Detectiveromannetjes, bouquetreeks, superheldenstrips, vampierverhalen. Tegen de muren staan houten kratten opgestapeld als boekenkasten. In het midden een antieke tafel met stapels boeken. Twee vrouwen zitten met de eigenaar te praten over ziekenhuizen in India. Als ik binnenkom, ziet één van de twee in mij blijkbaar de mogelijkheid om aan het gesprek te ontsnappen.
'Mam, zullen we nou eindelijk eens gaan.'
Kinderen zullen altijd aan hun kletsende moeders blijven trekken, hoe oud beide ook zijn. Als de vrouwen verdwenen zijn, haalt de eigenaar een bord met drie boterhammen uit het aangrenzende keukentje. Hij gaat zitten aan de tafel.
'Ik vergeet helemaal te eten. Ik zit de hele dag te praten.'
'Een dag kan zomaar voorbij zijn.'
'Net als het leven. Hoefde je maar niet te eten als mens,' zegt hij en hij lacht mistroostig naar zijn boterham.
'Dat ziet er anders lekker uit.'
Op zijn bord liggen drie boterhammen met paté en alfalfa. Vegetarische paté waarschijnlijk. Ik struin door de dozen met boeken. Ik leg de boeken die ik wil hebben op tafel. Vrijwel naast zijn bord. Een andere plek is er niet.
'De mensen in die boekjes zijn helemaal perfect. En ze vinden altijd de ware.'
'En ze zijn allemaal heel knap en succesvol.'
'Heb jij de ware al gevonden?'
Ik knik plechtig.
'Hoe weet je dat dan?' vraagt hij.
'Het schijnt dat je valt op iemand die op je lijkt. Dus eigenlijk val je op jezelf.'
Ik weet niet waarom ik zoiets zeg.
'Dat zeg je wel heel makkelijk.'
'Moet je maar eens opletten bij mensen met een goed huwelijk. Die lijken op elkaar.'
'Maar gaan mensen op elkaar lijken net zoals mensen op hun hond gaan lijken of leken ze al op elkaar?'
'Dat kan ook natuurlijk.' Ik moet lachen.
'Maar lijk jij dan op je vriend?'
Ik leg hem uit op wat voor manier mijn cowboy en ik op elkaar lijken, dat we allebei aan één kant van ons gezicht net iets meer verkreukeld zijn bij het oog. Ik links en hij rechts.
'We zijn gespiegeld aan elkaar,' zeg ik. 'En qua karakter zijn we hetzelfde.'
'Ik heb een keer mijn astrologische tweeling ontmoet,' zegt hij. 'Dat is gek hoor.'
'Wat bijzonder,' zeg ik.
'Maar ik was toen heroïneverslaafde dus dat is niet iets om trots op te zijn. Ik nam een taxi weg van haar, maar in het volgende dorp zat ze gewoon weer naast me.'
Ik stel me voor hoe iemand plotseling naast hem verscheen.
'En toen lieten we elkaar ons paspoort zien en we bleken een uur na elkaar geboren te zijn.'
Dan praat hij over een andere vrouw.
'En ik heb de ware ook al ontmoet. Maar er was toen een andere vrouw zwanger van mij. De vrouw op wie ik verliefd werd, was een Française en ik zei dat een vrouw in Nederland een baby van mij kreeg. En ze zei: "Baby? I give you baby." Ze begreep het niet helemaal. Wat ik voor haar voelde was zo heftig. Maar het was mijn plicht terug te gaan. Ik moest het voorbij laten gaan. Dat kan ook, dat je het voorbij moet laten gaan.'
Het is even stil in de winkel.
'Misschien moet het nog gebeuren,' zeg ik.
'Nu nog?'
'Waarom niet?'
'Dat het nog komt?'
'Ja.'
'Dat dat het nog niet was?'
'Precies.'
Ik bekijk zijn gezicht. Zijn ogen die veel, ook onwerkelijke dingen, gezien hebben. De gedachte bevalt hem.
'Dat zou wat zijn. Ze zou hier zomaar binnen kunnen lopen.'
Als ik de winkel verlaat met een tas vol boeken, laat ik hem met een gerust hart achter.

zaterdag 17 juli 2010

Bolero

Op de administratie van Buitenkunst zit een vrouw naast me. Zij op de ene beschikbare computer en ik op de andere. Ik check mijn email. Dan hoor ik de Bolero van Ravel. Ik kan het niet laten om te kijken. De vrouw kijkt en luistert op You Tube naar een filmpje van een Bolero-uitvoering van André Rieu. Ze deint en zingt mee. Als het is afgelopen, luistert ze opnieuw en als ik mijn mail gecheckt heb en vertrek, zit ze daar nog te luisteren en mee te zingen en te bewegen. In de dagen erna zie ik haar een paar keer, de Bolero zingend, over het terrein lopen. Het is een raadsel voor. Tot de presentatie van de dansgroep op de laatste avond. Halverwege de voorstelling komt de vrouw dansend op en begint de Bolero te zingen voor het publiek. Het is best moeilijke muziek om te zingen. Probeer het maar 's. Ik moet gniffelen als ik haar zie en nu pas is het mysterie rond de Bolero-neuriënde vrouw in mijn hoofd opgelost.

woensdag 7 juli 2010

am or

In de winkel met gezonde schoenen is het uitverkoop. Er zijn veel winkelende dames, die elkaar een beetje wegdrukken bij de schappen met afgeprijsde schoenen van gewoonlijk dure merken.
Ik zit op een bankje en pas gympies met een voortreffelijk voetbed. Ik had al eerder gympies van dit merk en ik liep er zo op weg, de winkel uit, de wereld in, bergen op, lanen in, jarenlang, nooit een blaar. Ze zaten onmiddellijk als gegoten. Ik voel dat deze hetzelfde voor mij gaan doen. Mijn oude hebben gaten in de zolen, maar ik draag ze nog, bij gebrek aan beter.
Rechts achter mij zit een vrouw op een bankje schoenen te passen. En er loopt nog een vrouw rond op hakjes in een zwierende jurk. Ze loopt langs de vrouw die schoenen past op het bankje achter mij.
'Heeft u nou een tatoeage op uw kuit?' vraagt de zittende vrouw.
'Ja,' zegt de lopende vrouw.
'Wat staat er nou?'
'Het is de helft van een tatoeage. Ik ben de tweede helft. Er staat or. Mijn man heeft am.' Ze glimlacht gelukzalig.
'O, ik dacht: die heeft haar schoenmaat op haar been getatoeëerd,' klinkt de stem achter me.
'Nou, dat lijkt me niet echt handig,' mompelt de vrouw dansend op haar schoenen. Ze draait haar kuit zijdelings richting spiegel. Nu zie ik de tatoeage ook.
'Mij leek dat juist zo handig,' zegt de zittende vrouw.
De op hakjes staande vrouw is heel lang en heeft kortgeknipt grijs haar. Ze bekijkt haar benen in de schoenen. Op haar linkerkuit zit een kleine tatoeage die een beetje op een omgekeerde 10 lijkt, maar er staat or. Bij haar man staat dus am. Waarschijnlijk op zijn rechterkuit, zodat ze, als ze naast elkaar staan of liggen, samen het woord amor vormen. Ik zie ze samen voor me op het strand, voetjevrijend. Ze eten een ijsco. Voor hen schijnt de zon altijd. De vrouw draait zich sierlijk om, lacht en loopt naar de kassa.
'Mij leek dat nou echt handig,' zegt de vrouw nu tegen mij. Ze tuurt naar de sandalen aan haar voeten.
'Ik zou het doen,' zeg ik en loop op mijn gympies richting kassa.

Ik vertel het vanmorgen aan S. Hij zegt: 'Als Nederland het WK wint, tatoeëer ik Kuijt op mijn kuit.'

zondag 4 juli 2010

Ieder restje van jou

Toen mijn moeder, alweer lang geleden, een hartaanval kreeg, had ze dezelfde leeftijd als haar moeder toen die stierf. In de angstige nacht sprak een stem tot haar. 'Het is jouw tijd nog niet. Je wordt net zo oud als je grootmoeder.' En ze kreeg de exacte leeftijd door.
We zitten te eten in een restaurant.
'Ik kreeg echt een getal door.'
'Dat zou al over drie jaar zijn,' zeg ik. 'Dat is echt te snel.'
'Ik heb daarna niks meer doorgekregen,' zegt ze. 'Ik heb wel extra jaren gevraagd, maar ik weet niet of dat telt.'
'Jij wil mij natuurlijk nog niet achterlaten,' zegt mijn vader.
'Ik voel me soms zo'n last, omdat ik zo wrakkig ben, een last voor jullie,' zegt mijn moeder.
Wij protesteren met veel geluid.
'Ik ben blij met ieder restje van jou,' zegt mijn vader.
Mijn moeder laat een stukje zalm uit haar mond vallen.
'Ik begin er helemaal van te kwijlen.'
Mijn moeder pakt mijn hand en ze aait die zachtjes met haar duim. Kleine snelle bewegingen. Ze doet het vaak de laatste tijd. Alsof ze houvast zoekt. Als kind aaide ik haar. Nu aait zij mij.