vrijdag 30 april 2010

Chat roulette

De nieuwe, al niet meer zo nieuwe, hype op internet. Een 17-jarige Rus verzon het. In de spelregels staat dat je je kleren aan moet houden, maar daar houden mensen zich niet aan. Je moet eerst door wat piemels heen klikken om misschien een leuk gesprek met iemand te hebben. Over het algemeen zitten mensen verveeld naar hun scherm te staren en stellen ze je vragen als: hoe gaat het, waar woon je en hoe oud ben je. Zo wordt chat roulette stomvervelend. Het leukste is als mensen gewoon zin hebben in een beetje gekkigheid. En dat je lustig kan ondertitelen wat je ziet. Dan krijg je de grappigste gesprekken. 'Wat kijkt je man chagrijnig,' tegen een vrouw die met haar man onderuitgezakt op de bank zit, die antwoordt met 'Ja, zo is hij nou eenmaal,' om vervolgens op te sommen wat ze met hem te stellen heeft. Of: 'Je houdt toch wel je kleren aan, hè?' tegen een man die daarop reageert met: 'Je bent de eerste normale persoon die ik spreek.' Het is leuk om eerst streng de camera in te kijken en dan de durfal uit te hangen. Omdat het anoniem is. Chatten is net toneelschrijven. Je gaat verder dan in het dagelijks leven. Ook leuk zijn de chat roulette filmpjes op You Tube. Er zijn een aantal muzikanten die al improviserend liedjes maken op wat ze zien. Zo geeft de pianoman Merton zelfs live concerten op chat roulette. Een zaal vol publiek kijkt met hem de huiskamers van mensen in. Ik zou me kapot schrikken als ik ineens werd toegejuicht door een zaal vol mensen uit North Carolina. Andere muzikanten houden het kleiner en zitten in hun eentje thuis. Als zo'n muzikant een piemel voorgeschoteld krijgt, improviseert hij er net zo lustig op los. Het publiek in North Carolina juicht zo mogelijk nog harder voor de piemels dan voor de geklede mens. Het zijn de piemelmannen die het snelst doorklikken. Zij willen liever niet bezongen worden.

donderdag 29 april 2010

Deadlines

Ik bel mijn beste vriend om hem te feliciteren met zijn verjaardag.
'Ben ik echt jarig vandaag? En hoe oud ben ik dan geworden?'
We hebben een gesprek over deadlines. Ik zeg dat mijn leven aan elkaar hangt van deadlines. Dat als een arts mij ooit de definitieve deadline zal aankondigen, ik nog zal zeggen dat ik die echt niet ga halen. Er is een Amerikaans liedje 16 Tons, vertelt mijn vriend, over mijnwerkers die hun loon uitbetaald krijgen in fiches waarmee ze alleen boodschappen kunnen doen in de company store, waar alles zo duur is, dat ze meer uitgeven dan wat ze verdienen, met als gevolg dat ze in de schuld komen te staan bij het bedrijf waar ze voor werken. Een soort instortende economie eigenlijk. De cruciale regel in het nummer is: Saint Peter, don't you call me, I can't go - 'cause I owe my soul to the company store. En zo lachen we over het naderende einde, op de verjaardag die hij vergeten was. En straks gaan we hem een (puntje puntje puntje) cadeau doen, maar dat weet hij nog niet.

woensdag 28 april 2010

Alles uit de kast

Ik vond taugé en prei en witlof in de koelkast. Er stond een blikje linzen in de kast. Er lag nog een gehaktballetje in de vriezer. Ik had geen zin om boodschappen te doen en roerbakte alles in de wok. Ik roerde er wat zelfgemaakte chutney van mijn zwager doorheen. En toen bleek ik echt iets heel lekkers klaargemaakt te hebben. Bij toeval. Dit is dan ook geen recept.

dinsdag 27 april 2010

Achteruitkijkspiegel

Ik sta op een matje vanuit mijn middel zo ontzettend lang te worden dat ik het plafond raak. Druppels zweet vallen op mijn azuurblauwe badhanddoek met gele bloemen. Na een serie staande oefeningen draaien we als synchroonzwemsters (m/v), alle neuzen dezelfde kant op, naar het raam. Aan de overkant van het water zie ik drie zwervers bij een bankje. In deze verwarmde ruimte probeer ik mijn lichaam richting hemel te strekken, terwijl op een stoep, een straat en een gracht afstand een zwerver met wollen muts in de brandende zon de anderen iets driftig probeert duidelijk te maken. Zijn kop is knalrood.

Bij Camel pose waarbij je op je knieën staand en je heupen naar voren, echt heel diep achterover moet buigen, zodat je een binnenstebuiten gekeerde bult van een kameel bent geworden, denk ik aan de krantenkop boven het artikel dat op mijn bureau ligt.

'Iedere levensloop heeft een achteruitkijkspiegel'

Het is een uitspraak van Nobelprijswinnaar Herta Müller en ik vind achteruitkijkspiegel een mooi woord en een mooi beeld. Ik gebruikte dat beeld zelf ook al eerder, in een monoloog. Het beeld van een man die in zijn auto wegrijdt nadat zijn huwelijk is stukgelopen en hoe hij in zijn achteruitkijkspiegel zijn verleden kleiner ziet worden. Mensen kunnen aan het zwerven slaan door die dingen. Ik hang ondersteboven naar de achtermuur te kijken en ik kijk in mijn achteruitkijkspiegel. Als ik weer in de gewone spiegel voor me kijk, haal ik opgelucht adem.

maandag 26 april 2010

En toen...

liet ik de studenten subtekst schrijven onder ieder zinnetje tekst van hun eigen dialoog en toen onder de dialoog van een ander. En toen las ik voor uit The Catcher in the Rye. Een dialoog (met heel veel subtekst) waarin Horwitz zich een vis in het ijs voelt. En toen lazen we 's morgens eerst 7 dialogen met heel veel subtekst en toen lazen we 's middags 8 dialogen met heel veel subtekst. We ontdekten dat als je met subtekst schrijft je al snel in metaforen gaat schrijven en dat metaforen stomvervelend kunnen worden als je die probeert tot in het oneindige vol te houden. Toen reisde ik per trein van Utrecht naar Amstelveen en at een gehakt-groenteschoteltje dat Pieter had klaargemaakt voor zijn schrijfdocent en docent vormgeven. We hadden zelfs een toetje. Toen lazen we de geschreven dialogen van de poppenspelers. En spraken over mogelijke beelden die de dialoog opriep en kwamen hardop fantaserend op de meest uitgebreide, hartverscheurende, poëtische verhalen die je maar bedenken kan. De docenten reden gezamenlijk terug in de bus en ik stapte uit op het busstation. Ik hoorde een stem die mij riep vanaf de overkant van het water. Kom, zei de stem en ik dook het water in. Het was al heel laat en donker en de dag moest wel tot een einde komen.

zondag 25 april 2010

Ruimte

Er zijn mensen die veel ruimte innemen en mensen die gewoon de hoeveelheid ruimte innemen die ze innemen. De eerste soort is echt een territoriumveroveraar. Hij heeft volume, zowel in grootte als in stemgeluid. Er zijn nieuwe mensen komen wonen in één van de binnentuinen. Ze zijn natuurlijk niet in de tuin komen wonen maar in het daarbij behorende huis, maar ze hebben zich geïnstalleerd in de tuin. Ze zijn met velen. Ze hebben muziek opgezet waar ik de zenuwen van krijg. De flessen wijn ploppen open. Eentje heeft het krat bier op zijn kant gezet en is daarop gaan zitten. Het ziet er naar uit dat het een feestje dreigt te worden. De jongen op het krat lacht om de vijf tellen heel hard en je vraagt je af waarom. In dit egotijdperk vinden veel mensen dat ze de hoofdrol verdienen en spelen die met verve, zich niet bekommerend om smaak of schoonheid. Ze zijn wie ze zijn. En doen daar nog een schepje bovenop. Ze overdrijven zichzelf. En zo schateren en bulderen de nieuwe bewoners in de rustige binnentuin. De stilte valt ze niet op. Die hebben ze zelf verbroken.

zaterdag 24 april 2010

The Catcher in the Rye

Ik herlees één van de mooiste boeken aller tijden. Na de meesterlijke dialoog tussen Horwitz, de taxichauffeur en Holden Caulfield, waarin Holden vraagt of Horwitz weet waar de eenden uit Central Park heen gaan in de winter, volgt het stukje over de pianist Ernie.

It was pretty quiet, though, because Ernie was playing the piano. It was supposed to be something holy, for God's sake, when he sat down at the piano. Nobody's that good. About three couples, besides me, were waiting for tables, and they were all shoving and standing on tiptoes to get a look at old Ernie while he played. He had a big damn mirror in front of the piano, with this big spotlight on him, so that everybody could watch his face while he played. You couldn't see his fingers while he played - just his big old face. Big deal. I'm not too sure what the name of the song was that he was playing when I came in, but whatever it was, he was really stinking it up. He was putting all these dumb, showoffy ripples in the high notes, and a lot of other very tricky stuff that gives me a pain in the ass. You should've heard the crowd, though, when he was finished. You would've puked. They went mad. They were exactly the same morons that laugh like hyenas in the movies at stuff that isn't funny. I swear to God, if I were a piano player or an actor or something and all those dopes thought I was terrific, I'd hate it. I wouldn't even want them to clap for me. People always clap for the wrong things. If I were a piano player, I'd play it in the goddamn closet.

vrijdag 23 april 2010

Driehoogjes

Als in een droom zie ik de glazenwasser aan de overkant van de straat de ramen op driehoog lappen. Al jaren vraag ik aan iedere glazenwasser die ik bezig zie of hij ook ramen op driehoog lapt. En al jaren worden de ramen van de huizen waarin ik woon viezer en viezer, tot de dag dat ik door mijn ramen niks meer zie, en ik ze uit de sponningen haal om ze van binnen en van buiten te lappen. Ik dacht dat een wet driehoog lappen verbood ter bescherming van de glazenwasser. En nu zie ik het gebeuren. De boomlange glazenwasser schuift zijn ladder uit en uit en uit, en zet die behoedzaam tegen de gevel. Vervolgens klimt hij er zelf achteraan om aan zijn tweede raam te beginnen. Korte tijd later blinken de ramen in de zon. Ik ben al op weg naar beneden.

'De vorige deed geen driehoogjes.'
'Maar u wel,' zeg ik. 'U bent niet bang.'
Ik vraag hem hoe hij de winter is doorgekomen.
'Vroeger had je van die stevige houten ladders. Die zette je met een gang in de sneeuw en die stond dan gelijk als een huis.'
Hij doet voor hoe je de ladders van vroeger in de sneeuw zet.
'Nu moet je met een jerrycannetje heet water eerst je de stoep sneeuwvrij maken om stabiel die ladder op te kunnen.'
'Pittig wintertje zeker?' vraag ik.
'Zeker, want het lappen gaat het hele jaar door, weer of geen weer.'

De zwaluwen van Aberystwyth

donderdag 22 april 2010

De scheve mens in balans

Gister is er op twee manieren aan mij gesleuteld. Tweemaal lag ik op de behandelbank. 's Morgens lag ik op mijn buik, met mijn gezicht in een daarvoor bestemd gat zodat je kunt blijven ademen, en werd mijn scheve lijf rechtgezet door een orthomanueel arts. 's Avonds lag ik op mijn rug te soezen onder een dekbed voor een voetreflexzonebehande- ling en vonden de drukpunten onder mijn voeten aansluiting met de bijbehorende zones in mijn lichaam. Mijn linkervoet, waar je emoties huizen, zo leerde ik, was aanvankelijk een klompje ijs. Mijn verstands- kant was wat warmer aangelegd. Of ik dat herkende, vroeg de reflexoloog na afloop.
'Ik denk graag na over emoties,' zei ik. 'Dat geeft me houvast.'
Ondertussen wilde ik haar zoenen, overweldigd als ik was, door van alles en nog wat. Op weg naar huis waren beide voeten zo gloeiend heet dat ik voetsporen in het asfalt achterliet. I'm a poor lonesome cowboy, huilde ik naar het halve maantje. 's Nachts droomde ik van zachte vingers.

dinsdag 20 april 2010

Bouwput (gedachte 2)

In de theaterwereld is het contact met collega's vluchtig maar heel intens. Je werkt in korte tijd toe naar een productie en je hebt te maken met emoties, persoonlijkheden en zaken die mensen aan het hart gaan. Toen ik langs een bouwput liep, bedacht ik hoe het zou zijn als een bouwvakker ineens heel esthetisch naar zijn werk zou kijken.
'Die steen die moet echt een stukje naar links.'
'Hoezo kan dat niet?'
'Wat doe ik hier dan nog?'
'Kun jij mij de hamer even aangeven? Je bent een engel, dank je wel.'
'Wat hebben we vandaag fantastisch samengewerkt.'
'Wat zijn we lekker opgeschoten, jongens.'
En dan aan het eind van de dag zoenen alle bouwvakkers elkaar. En als het bouwproject is voltooid, geven ze elkaar toepasselijke cadeautjes die iets zeggen over de tunnel die ze samen gegraven hebben. En ze schrijven lieve kaartjes met teksten als: Ik hoop dat we bij de bouw van de parkeergarage weer samenwerken, want we graven zo lekker samen.
Of: Dank voor je inzicht en fijngevoeligheid.
Of: Toen met die steiger was je top!

Ik herinnerde me ineens de scène uit de film Flirt van Hal Hartley waarin bouwvakkers een relationeel vraagstuk oplossen.

De aanval is de beste verdediging (gedachte 1)

Mijn acties zijn vaak een reactie op iets of iemand. Nog erger is als ik reageer op de gedachten die ik een ander toeken. Als ik denk voor de ander. Ik kan me behoorlijk kwaad maken over de gedachten die de ander zogenaamd gehad zou hebben. Hij denkt zeker dat ik malle Eppie ben, denk ik dan. Ik zal 'm eens... En dan volgen allerlei vuige en vervuilende gedachten. Met een denkbeeldige zwarte stripwolk boven mijn hoofd. De gedachten die ik de ander in gedachten heb toebedeeld, kunnen akelig echt lijken. In dat stadium ben ik al te ver heen om te checken of die gedachten van de ander ook daadwerkelijk kloppen. Het zou gezichtsverlies zijn als mijn reactie niet verschrikkelijk rechtvaardig zou blijken. Dus moeten de vermeende actie van de ander en mijn reactie daarop als waarheid de geschiedenisboeken in. Vandaag bedacht ik dat het beter is om minder te denken voor de ander. De gedachten van de ander in te vullen. Ik kan helemaal niet in het hoofd van een ander kijken. Ik ben geen helderziende. Dit is overigens geen reactie op iets wat vandaag gebeurde. Het was echt alleen een gedachte die opkwam. In een koortsig hoofd, dat dan weer wel.

maandag 19 april 2010

Toneel

In het schooltje achter wordt vanavond gerepeteerd aan een toneelvoorstelling. Kinderen in ridder- en kabouterkostuums spelen een paniekscène. Daarom kijk ik naar buiten. Omdat ik een gegil hoor van jewelste. Tijdens het avondeten kwam er al een brandweerauto met gierende sirenes door de straat. Nu zie ik hoe een jongen in een zwarte cape een meisje in de wurggreep neemt. Het meisje zijgt ineen met een laatste ademtocht van hoog naar laag. Even stilte en een hysterische massascène volgt. Kinderen rennen door elkaar en spelen de wanhoop die ze voelen bij de moord die net heeft plaatsgevonden. Was het de prinses of hun koningin? En dan klinkt er vrolijke hoempamuziek en is de dansscène aan de beurt. De juf doet het voor met sierlijke bewegingen.

zaterdag 17 april 2010

De eenzame eik

Op het hoogste punt van de Utrechtse Heuvelrug staat de eenzame eik. Je weet dat het de eenzame eik is omdat er op zijn stam geen littekens te zien zijn. Hij is nooit beknot geweest door omringende eiken. Zijn bast is gaaf. Hij kan vrijuit groeien. Zijn takken zijn mooi in balans. Het is een evenwichtige eik. Er zijn acht wandelpaden die naar de eenzame eik leiden. En rondom staan bankjes waarop mensen hem gezelschap houden met een boterham of een appel.

woensdag 14 april 2010

Heilig vuur

Het is woensdagmiddag en de school achter ons huis gaat uit. Het is alsof er een grote mond opengaat die oneindig veel verhalen te vertellen heeft in alle toonaarden. De stemmetjes die weerkaatsen tegen de achtergevels van de huizen. Ik stem mijn pauzes af op het schooltje dat temidden van onze tuinen al jarenlang kinderen grootbrengt. Terwijl ik koffie maak, luister ik naar hun gezang en hun uitleg van het te spelen spel. De kinderen blijven altijd even oud, terwijl de mensen in de omringende huizen ouder worden. Het is één van die vreemde gewaarwordingen die ik de laatste tijd ook heb als ik lesgeef. Het moet gebeurd zijn op het stoepje van de schrijfopleiding in Utrecht, het stoepje bij de voordeur waar ik als student ook al zat, waar het een constante stroom is van in- en uitlopende studenten. Studenten die niet ouder worden. Op dat stoepje voor de school nam ik onlangs de beslissing dat ik minder les ga geven. Dat ik me meer wil ontwikkelen temidden van leeftijdgenoten die even oud blijven als ik. Dat het vooruitblikken nu even belangrijker is dan het terugblikken naar hoe ik zelf leerde schrijven. De twee gaan niet meer samen in mijn hoofd. Ik heb oneindig veel bewondering voor alle juffen, meesters, leraren, docenten, hoogleraren die het lesgeven als heilige missie beschouwen. Je moet uit heel speciaal hout zijn gesneden. En daarmee wordt dit een ode aan de docent van wie ik het meest geleerd heb. Pieter Vrijman neemt over precies een week afscheid van het onderwijs, omdat hij met pensioen gaat. In zijn zogenaamde vrije tijd leidt hij inmiddels een school voor poppentheater. Omdat het lesvuur bij sommigen niet te doven is.

dinsdag 13 april 2010

Werkelijkheidservaring

Ik vraag me af hoe we dat ook alweer deden op school. Werkelijkheidservaring met Frederice. Het vak waar we momenten uit ons dagelijks leven zo precies mogelijk moesten opschrijven, vier jaar lang. Frederice begon dan: 'Ik fietste vanmorgen op de Berlagebrug en het waaide zo hard, dat ik midden op de brug op mijn trappers moest staan. Ik stond echt even stil.' Aan het eind van het jaar hadden wij een schrift vol knarsmomenten, nulmomenten, wrijfmomenten, synchroonmomenten en stiltemomenten. Ik ben vorige week weer begonnen met yoga en het is vechten tegen de gedachten van ervoor en erna. De hele les denk ik: Nee, tijdens. Nee, in het moment. Nee, hier en nu. Gewoon luisteren en doen wat de leraar zegt. Verder niks. Mijn moeder mediteert al jaren en noemt het 'haar rommelzolder leegmaken'. Tijdens de yoga sta ik nu nog als een gek mijn rommelzolder leeg te maken. Over een tijdje zal het weer meer vanzelf gaan. Dat weet ik. Daar kijk ik naar uit. Nu.

Marathon II

En zojuist 106 selectie-dialogen gelezen. Zoveel mensen willen er dit jaar naar de Schrijfopleiding.

Marathon

Vandaag heb ik 12 uur schrijfles gegeven en heb ik zelf even niks te schrijven.

zondag 11 april 2010

Kyra

Na afloop van de première gister sprak ik mensen die ik in jaren niet gesproken heb, allemaal mensen die op dezelfde school hebben gezeten, acteurs, schrijvers en vormgevers. Ik raakte in gesprek met een vriendin van Kyra. Kyra zat bij ons op school en was een bijzonder meisje. Kyra heeft afgelopen zomer een einde aan haar leven gemaakt. Ik hoorde daarvan toen ik op het eiland Kythira was. Iemand mailde me de rouwkaart. ‘Dit is wat ik wilde’ stond er. Ik heb tijdens een wandeling op de rand van een ravijn een steen voor haar achtergelaten. Op het eiland met op drie letters na dezelfde naam als zij. Nu hoorde ik wat meer details over haar gesteldheid, dat ze borderline had. De vriendin vertelde over een voorstelling die Kyra en zij hadden gemaakt. Engel onder je oksel heette die. ‘Het productiehuis vond de voorstelling verschrikkelijk en ze zeiden dat het nooit vertoond had mogen worden, maar wij waren trots.’ Ze vertelde wat er zoal op het toneel gebeurde en ik vond het leuk om te luisteren naar iemand die vertelt over een voorstelling die je niet gezien hebt. De laatste keer dat ik Kyra zag, was toen ik een nacht bij haar ging logeren. Ze woonde in haar eentje in een gekraakt klooster met wel vijftig kamers. Die nacht lazen we om beurten onze eigen teksten aan elkaar voor. Die van mij net zo depressief of gebroken als die van haar.

zaterdag 10 april 2010

Suikermonster

Gisteravond was in de Van Nelle fabriek te Rotterdam de eerste try out van de voorstelling Candy, waar ik aan meegewerkt heb. Het is een voorstelling over diabetes, gemaakt in opdracht van het Diabetes Fonds. Er was een klein publiek waar we mee hebben nagepraat. Vanavond is de première, en zullen er ineens 250 man op de tribune zitten. Op de terugweg in de auto had ik het volgende gesprek met de regisseur.

IK
Dat laatste zinnetje bij die scène moet eruit, want dat is te uitleggerig.

HIJ
Ik ben het niet met je eens maar ik ga met je mee.

Dit is een voorbeeld van de ultieme samenwerking, vind ik. Het niet met elkaar eens zijn maar toch vertrouwen op de ander, in dit geval op mij omdat ik over de tekst ga.

Ik ben net wezen winkelen om voor de acteurs en de regisseur, suikermonsters te kopen in alle soorten en maten. Het suikermonster was aanvankelijk een personage in de voorstelling dat is gesneuveld tijdens het maakproces. Ik weet dus niet hoe dat monster eruit ziet. Waar ik overigens blij om ben, want het is een metafoor voor hetgeen je overkomt als je in een hypo terecht komt. En suikerziekte is geen pretje, maar de voorstelling is gelukkig wel om te lachen.

vrijdag 9 april 2010

Ik wil je lezen

Sinds een paar weken heb ik een eigen website. Al die tijd heeft er op mijn beginpagina gestaan dat er aan mijn blog gewerkt wordt en als mensen blog in de menubalk aanklikten, lazen ze een berichtje over een schrijfmachine. Wat de grapjurk in mij voor ogen had met dit stukje, geen idee. Mensen vonden mijn website prachtig, maar ja die blog, waar sloeg dat stukje nou op? Onlangs mailde E: ga nou eens beginnen met je blog, ik wil je lezen. En toen wist ik het. Het was de titel voor mijn blog die ontbrak. E. spoorde mij aan om nou eens met die blog te beginnen omdat ze mij wilde lezen. Zo kreeg mijn blog bestaansrecht. Als je schrijft, wil je gelezen worden. Als mensen je willen lezen, schrijf je. E. heeft mij aangezwengeld. Mijn blog tot leven gewekt. Dank je wel, E. En lees ze.