dinsdag 21 september 2010

Rollators zijn hip

Mijn moeder maakt het goed. In het begin drukte de sfeer van het verpleegtehuis zwaar op haar gemoed en ook op dat van mijn vader, die iedere dag op bezoek gaat, terwijl hij niet tegen ziekte of zieke mensen kan. Nu werpt mijn moeder zich op als maatschappelijk werkster.
'Gister zat ik op zo'n blauwe stoel daar en ik had ineens vijf mannen in rolstoelen om me heen.'
'Alleen maar mannen?' vraagt mijn vader.
'Ze moeten gewoon hun verhaal kwijt,' vervolgt mijn moeder. 'Het is onderdeel van hun verwerkingsproces. Dus luister ik.'
Mijn moeder gaat kwiek op het zitgedeelte van haar rollator zitten.
'Iedereen is er hier erger aan toe dan ik. Dat van mij is echt niks in vergelijking met alle geamputeerde benen, beroertes en hangende hoofdjes.'
Die rollator staat haar. Zij maakt van de rollator iets wat je hebben moet als moderne oudere, een hippe gadget. En ze heeft gelijk. Iedereen is er hier erger aan toe dan zij.
'Eén man is wel een beetje eng,' zegt ze. 'Die loert de hele tijd naar me.'
Ik zeg dat ze gewoon van zich af moet bijten.
'O ja hoor,' zegt ze. 'Hij is toch invalide. Ik geef hem gewoon een oplawaai. Dan valt ie vanzelf om.'
Mijn vader haalt opgelucht adem.

donderdag 16 september 2010

De bijna-tijd

Het is koud in huis en ik krijg de kachel niet aan. De zon schijnt door de wolken mijn kamertje binnen. De was draait. Ga ik die straks op het balkon hangen of op een rekje in de kamer? Zonder kachel om de kleren te drogen. Ik drink bambukoffie omdat ik echte koffie probeer te ontwennen. Met sojamelk omdat ik gewone melk probeer te ontwennen. Ik krijg hoofdpijn van een leven zonder koffie. En ik heb het idee dat ik constant slaperig ben. Ik had een verfijnde manier van koffiezetten ontwikkeld met het goeie ouwe espressopotje op het vuur en de juiste maling koffie. Ik was een volleerde barista in eigen huis. Ik heb jaren gezocht naar de beste melkschuimer en de precieze hoeveelheden koffie en melk naar mijn smaak. Zelfs de grootte van de kop was van belang. Nu gebruik ik deze kop voor mijn nepkoffie en ik zoek nog naar de juiste hoeveelheden. Het is een zwaar offer. Het is één grote ontwenning, mijn leven. Ik moet bijvoorbeeld ook afleren op mijn buik te slapen, omdat ik scheef groei als ik dat doe...
De was hangt inmiddels in de bijna-regen of de bijna-zon. Het waait wel goed. Het is zo'n periode overal tussen. Ik wil maar niet warm worden en echt koud is het ook niet. En dit stukje gaat ook niet echt ergens over.

zondag 12 september 2010

The day after

In de tram vandaag stapte een verwilderde man in, lange grijze haren onder zijn wollen muts vandaan, zware schoenen aan zijn voeten. Hij sprak een taal die ik niet verstond. Hij sprak de lege stoelen, de buizen en de ramen toe. Het klonk niet boos. Het klonk opgewekt. Het had net zo goed een variant op Marc groet 's morgens de dingen kunnen zijn. Dag tram, lieve tram tram. Daa-ag buizen waaraan de mensen zich staande houden. Dag ramen waardoor de mensen naar buiten kijken.
De conducteurs lieten hem maar zo'n beetje zijn gang gaan. De Surinamer die een paar stoelen verder zat, ergerde zich luid en duidelijk aan de dingen groetende verschijning. De verwilderde man was allang buiten gehoorsafstand en de Surinamer sprak niet tegen iemand in het bijzonder. Hij zei het als algemene waarheid. Eenieder mocht het horen. 'Ook jij moet gewoon een kaartje kopen, idioot. Wilders gooit je gewoon eruit anders.'
Wilders is voor veel mensen de oplossing voor alles. Zwartrijders. Dingen groetende mannen. Bouwplannen voor moskeeën. Haarkleur. Algehele ontevredenheid. Hij past eigenlijk heel goed bij onze klaagcultuur. Ik zal eens een lijstje maken, dat ik in de klaagbox der Nederlanden ga deponeren. Gister heeft hij gesproken in New York. Ik zag zijn peroxidekuif even langsschuiven in het nieuws. Ene Pamela kondigde hem nogal hysterisch aan. Hij was haar hero, zei ze. Zijn toehoorders scandeerden na hem: 'No mosque here!' Dat was zo ongeveer de diepgang van zijn woorden. Helemaal uit Nederland ingevlogen. Na zijn speech verzuchtte Pamela: 'Hadden wij hier maar onze eigen Geert Wilders.' Van mij mag ze die van ons daar houden.

woensdag 1 september 2010

Sterfelijkheid

Mijn moeder is gister overgebracht naar een verzorgingstehuis waar ze zes weken gaat revalideren. Iedere dag krijgt ze fysiotherapie om haar nieuwe been te voegen naar het lichaam dat ze al had. Gisteravond overviel het haar. Ze had ineens heimwee naar huis. Ineens vond ze het heel confronterend 'al die oude mensen met hun gebreken'. De sterfelijkheid overviel haar en het besef dat ze zelf misschien bij die oude mensen hoorde. Hoewel dat er zelfs bij mij niet ingaat. Mijn moeder is nog vol levenslust. Hoewel ze niet bang is voor de dood.
'De dood kan me niks schelen. Pijn, daar zie ik tegenop,' zei ze vlak voor haar operatie. 'Hoewel ik nog helemaal geen zin heb om te gaan, daar niet van.'
Het is een lelijke poets die de natuur ons bakt, dat er een einde aan moet komen. Daar denk ik vaak over na. Het heeft weinig zin om te denken dat er hierna nog iets komt, want vooralsnog is het leven het enige dat we hebben. Zolang we ademen. Het helpt mij ook helemaal niet om na te denken over reïncarnatie of een leven na de dood. Dat vind ik niet troostend. Ik vind het gewoon jammer dat dit ophoudt, hetgeen ik nu allemaal hier doe. Lucht happen. Heel veel van de mensen houden om me heen. Lekker eten. Hoe de stad ruikt na regen. Het enige wat ik misschien prettig zou vinden is dat het misschien wat rustiger wordt in mijn hoofd, dat de gedachten niet maar komen en gaan. Geen idee hoe de gedachten gaan als je dood bent en of ze nog gaan, überhaupt. Maar onmiddellijk denk ik: nee, laat maar komen en gaan die gedachten. Alles liever dan dat het ophoudt. Hoe stom is dat.