zaterdag 19 mei 2012

Wat eten we?

Mijn ouders eten te weinig groenten. Het is een grote zorg. Sinds mijn moeder terug is uit het ziekenhuis moet ze goed eten want ze had veel tekorten. Mijn moeder kookt niet meer terwijl zij altijd van het gezonde eten was. Twee keer per week vette vis, gember door de dagelijkse sla, goede vetten, veel groene bladgroenten. Mijn moeder is een groente- en vismens. Mijn vader een vleesmens.
'Als ik vroeger thuiskwam en ik vroeg wat we aten, zei je moeder: spruitjes. En dan zei ik: nee, wat voor vlees eten we?' vertelt mijn vader. Hij krijgt geen medestanders.
'Precies, een groentemens dus', zeggen wij.
Die voorliefde voor groente hebben wij van haar. Mijn zus wordt in haar gezin het konijn genoemd, omdat zij altijd de overgebleven restjes sla en groenten opeet.
Mijn vader kookt nu. Feitelijk haalt hij maaltijden bij de slager, stamppotten, lasagne, nasi. Toen mijn moeder thuiskwam uit het ziekenhuis hebben we hem op het hart gedrukt dat daar groenten bij moeten. Eerst hebben we tafeltje-dekje aan de man proberen te brengen, omdat daar tenminste groenten bij zitten, maar mijn vader is faliekant tegen tafeltje-dekje. Toen hebben we geprobeerd bakjes gesneden groenten in de ijskast te zetten voor een paar dagen zodat hij ze alleen nog hoeft te koken, maar de bakjes blijven staan.
'Ik kom om in de groente', zegt hij. Laatst had hij twee dagen achter elkaar mijn moeder alleen maar groente gegeven. 'Met een likje van die paté die ik nog had', zegt hij. 'Toen ik haar de dag erop vroeg: wil je vandaag weer groente? zei ze dat ze daar niet zo'n trek in had', zegt hij alsof hij daarmee ons ongelijk met die groente bewezen heeft.
'Alleen maar groente met een likje paté lijkt mij ook niet erg lekker', zeg ik. Niks mee aan te vangen, die man. Ze bestaan echt, de mensen die niet zien uit welke componenten een bord eten moet bestaan. Als wij er zijn, maken we een visje voor mijn moeder met twee soorten groenten en een salade en aardappeltjes en dan zit ze heerlijk te smullen. Als mijn moeder naar de dagopvang is en mijn vader alleen moet eten, eet hij een stuk lasagne of nasi met een satéstokje. Hij haalt het uit de vriezer en stopt het in de magnetron.
'Daar kan ook groente bij', probeer ik.
'Voor mij hoeft daar geen groente bij', zegt hij.
Dat mijn vader geen groente eet, zal ons inmiddels worst wezen. Mijn vader is zo sterk als een eik. Wij komen op voor onze moeder. Dus kookt iedereen nu een paar extra maaltijden die in zijn geheel opgewarmd kunnen worden.

vrijdag 4 mei 2012

Andere wereld

Mijn moeder is tijdelijk opgenomen in het ziekenhuis. Ze verblijft twee weken op de afdeling geriatrie. Dat is de afdeling met de deur die alleen opengaat als je je het huidige jaartal weet te herinneren. Mijn moeder zegt dat het lijkt alsof wij uit een andere wereld komen. Ik vraag haar naar haar wereld.
'Ik ben gewoon hier', zegt ze.
Er speelt een pianist in de huiskamer. Für Elise. En daarna Schubert. Mijn vader zingt Die Forelle mee met hoge tenorstem, terwijl hij altijd bariton zong in het koor. Mijn moeder kijkt vol bewondering naar hem. De andere bewoners hebben geen bezoek. Wij worden gedeeld met alle bewoners op de afdeling.
'Jullie kunnen koffie of thee pakken als jullie willen', zegt een man gastvrij en wijst naar het aanrecht achter ons.
Ik schenk koffie voor ons in. Mijn vader geeft mijn moeder de overlijdenskaart van de zus van mijn zwager. Er staat een portret van haar op de voorkant en de man naast mijn moeder zegt: 'Ik heb het idee dat ik die vrouw ken.'
Hoewel ik op deze afdeling geneigd ben te denken dat hij iedere foto zou herkennen, blijkt hij de zus van mijn zwager echt te kennen. Deze man is pater in een klooster en de zus van mijn zwager kwam daar vaak naar de dienst. De pater is 92 jaar. Ik schaam me voor mijn geheime gedachten.
'Ik vind het zo vreemd dat ik hier nu met jullie zit', zegt mijn moeder.
Ik kijk naar de enorme boom die buiten voor het raam staat. De pianist speelt verder en we applaudisseren na ieder lied. Hij doet dit vrijwillig, iedere drie weken.
'Ik hoop niet dat ik jullie nog zie', zegt hij bij het afscheid, 'want dat zou betekenen dat jullie hier nog lang moeten blijven.'
Mijn moeder wijst naar hem en zegt: 'Dat vind ik zó'n lelijk ding.'
De pianist grijpt naar zijn kleren ter hoogte van waar mijn moeder wijst en zegt: 'Wat? Mijn trui?'
'Nee, nee,' zegt ze, 'die klok achter u. Foeilelijk.'
De pianist zet een stap opzij en we kijken naar de spuuglelijke klok. Mijn vader verschuift zijn stoel.
'Ik ga er wel even voor zitten', zegt hij.