maandag 31 mei 2010

Buren en post

Ik was even van de aardbodem verdwenen. Deadline. Toen ik vanavond thuis kwam lag er een briefje op de trap van de pakketservice van TNT post. Het pakket is bezorgd bij uw buren op huisnummer zoveel, las ik. Ik ging weer naar buiten en belde aan bij huisnummer zoveel. Piepend ging het schuifraam op tweehoog open. Een meisje van een jaar of tien hing uit het raam.
'Er is een pakket voor mij bij jullie bezorgd,' schreeuwde ik naar boven.
'Wat?'
'Er is een pakketje van mij bij jullie bezorgd.'
'Ja, dat klopt, we hadden het op de trap gelegd maar nou is het weg.'
De vader van het meisje kwam ook nog even uit het raam hangen.
'Wij hebben het niet,' zei hij.
'Ik zal nog even op mijn trap kijken,' zei ik. Het drong nog niet helemaal tot me door wat ze zeiden. Ik ging mijn eigen huis weer binnen en keek op alle etages of mijn pakketje misschien op de trap lag. Ik wist ook wat er in het pak moest zitten, want op het briefje stond ook de afzender vermeld. Het waren boeken die me een tijdje geleden beloofd waren. Mijn pakketje lag niet in ons trappenhuis. Ik moest even alles op een rijtje zetten. Het pakket was bij de buren bezorgd waar ik had aangebeld. Ze hadden beaamd dat ze het gehad hadden, beweerden dat ze het op hun trap hadden gelegd en dat het daarna verdwenen was. Wat zou er met mijn boeken gebeurd zijn?

vrijdag 28 mei 2010

Audience-gevoelig

De stilte van de ochtend. Het huis slaapt nog. Ik heb het straalkacheltje op mijn benen gericht, zodat ik nu warme voeten heb. De kindertjes zijn het schooltje in, de ouders weer naar huis en ik zit hier in mijn werkkamertje. Het fijnste werkkamertje ooit. Met openslaande deuren naar het balkon waarop ik mijn handen kapot heb gewerkt door minstens twintig lagen verf af te krabben, zodat de deuren nu weer van blank hout zijn. Ik heb een zomer mijn handen niet kunnen gebruiken, maar het resultaat blijft prachtig. De rest van de kamer is spierwit. Nu al koffie. Vroege koffie. En ananas en yoghurt als ontbijt. Boven mijn hoofd hangt: Ever tried. Ever failed. No matter. Try again. Fail again. Fail better. Het is een citaat van Samuel Beckett uit Worstward Ho. Ik vind een citaat boven de computer eigenlijk onzin, alsof die de betekenis van wat ik hier doe zou verwoorden. Ik heb 'm niet eens zelf gevonden. Hij lag al uitgetypt en al op een A4tje in een lokaal op school. Als ik het lees -als ik het al lees- denk ik niet: ach, dat is een waar woord of zo. Het hangt er eigenlijk voor als er eens iemand mijn kamertje zou binnenlopen. Diegene zou dan kunnen zeggen: 'Hee, maar wat heb je daar nou voor ontzettend interessant motto boven je bureau hangen.' En opeens moet ik aan een woord denken. Het woord audience-gevoelig dat wij tijdens een les werkelijkheidservaring verzonnen. Dat je je opeens bewust bent dat je bekeken wordt en dan net even anders doet. Je ziet op televisie wel eens werkkamers van schrijvers. Als quiz wordt het dan gebracht. Van welke schrijver is deze werkkamer? Je ziet dan echt hele luxe werkkamers met antieke bureaus en zware gordijnen. Heel audience-gevoelige kamers eigenlijk. Ik ben blij met mijn uitklapbureau van Ikea en mijn staande rijstbollamp. Maar waarom schrijf ik dit dan op?

dinsdag 25 mei 2010

Geruisloos verdwenen

Vandaag was mijn laatste lesdag ooit op de schrijfopleiding. Plechtig vertelde ik het de groep en de reacties waren hartverwarmend. Ik begon bijna te twijfelen tussen spijt en opluchting, maar de opluchting won.
Omdat er vanmorgen iets vreemds was met de roosters op school, moest ik lesgeven in het troosteloze kantoorachtige gebouw met TL-licht en bedompte systeemplafonds. De dependance. Ik kreeg er als student al hoofdpijn of vlekken voor mijn ogen. Systeemplafonds zijn volgens mij uitgevonden door iemand die met zelfmoordneigingen naar een plafond lag te staren en toen bedacht dat hij deze ervaring met de mensheid wilde delen. Het was bloedjeheet in conferentiekamer 3.21. Ik kon niet bij het kleine raampje omdat daar stoelen en tafels tegen opgestapeld stonden. En toen zag ik het. De boekenkast vol met ringbanden. Het bleken alle scripties en afstudeerstukken van voorgaande jaren. De jaartallen gingen terug tot 1983. Er hing een getypt briefje bij dat alles op alfabet was gerangschikt en mocht je interesse hebben, je contact kon opnemen met de bibliothecaresse. Ik moest snel handelen. Ik was vroeg. De studenten waren nog niet gearriveerd. Ik zocht snel langs het alfabet. KOO - LEV. Ik vond mijn afstudeertekst en mijn scriptie terug. Als een behendige dief liet ik de documenten in mijn tas verdwijnen. Die hadden nu lang genoeg rondgezworven op deze plek. Een geniale actie op mijn laatste dag hier. Het had zo moeten zijn. In de pauze schreef ik in mijn boekje: Ik ben hier verdwenen. Ik heb alles wat aan mij deed denken weggenomen. Nu kan ik beginnen. Geruisloos. Zelfs mijn afscheidsfeestje moet vandaag gevierd zijn zonder mij.

maandag 24 mei 2010

Achilleshiel

'Ik heb last van mijn achilleshiel,' zeg ik.
Mijn moeder lacht.
'Ik heb overal pijn,' zegt ze. 'Ik begin 's morgens met oefeningen in bed voor mijn schouder. Dan doe ik oefeningen op de overloop voor mijn lies. Dan ga ik lopen en dan kom ik total loss thuis en dan is de ochtend al voorbij en heb ik nog niet eens ontbeten.'
'Kom ik aan met mijn achilleshiel.'
'Je vader moet de was ophangen want dat kan ik niet meer.'
'Dat is dan weer in jouw voordeel,' grap ik.
'Die zit nu op zijn knieën het mos tussen de tegels van het terras weg te halen. Dat kan hij allemaal nog.'
Ik vraag naar mijn vader.
'Pap, wat gebeurt er met Pinksteren?'
'Maria en de apostelen hoorden ineens een geruis en toen zagen ze allemaal kleine vlammetjes die als tongetjes boven hun hoofden bewogen. Er was een groot internationaal gezelschap in Rome die dagen. En de apostelen begonnen te prediken en al die mensen konden de preken in hun eigen taal verstaan. Eigenlijk een soort omgekeerde toren van Babel.'
'Is dat dan ook in tongen spreken?' vraag ik.
'Tong en taal is in veel talen hetzelfde woord.'
'Heb je nog iets gedaan met Pinksteren?'
'Ik ben gister naar de kerk geweest. Je moeder vindt het te ver lopen. Ze gaat wel weer mee als ze weer beter loopt.'

zaterdag 22 mei 2010

Zonnige zaterdag

Langs het water stromen de terrasjes vol. Bootjes varen traag voorbij. Bij de supermarkt lijkt het een bijeenkomst van ouders bij een uitgaande lagere school. De pinksterboodschappen moeten worden gedaan. Een vrouw drukt bij de kassa haar winkelwagen zo mogelijk door die van ons heen. Ze wil per se afrekenen bij de laatste kassa, Zonder schaamte dringt ze voor ons, ook al stonden wij er eerder. Volgens haar staan wij in een andere rij. Wij sluiten achter haar aan. Met de tassen aan het stuur fietsen we terug naar huis, langzamer dan de bootjes op het water. Door het Vondelpark, via de tennisbaan, door de straat met leuke restaurantjes en we prijzen ons buurtje. Ik heb jarenlang in een andere buurt gewoond, maar ik heb me nergens meer thuis gevoeld dan hier. We vullen ijskast en vriezer met eten en ik maak koffie die we op ons zonnige balkon opdrinken.

donderdag 20 mei 2010

Bewegende wereld

Het ritueel van fruit snijden voor de fruitsalade in de trein morgen. De meeneemlunch. Een soort picknicken op werkdagen. Ik herinner me de vakanties vroeger waar tijdens de stops, als mijn vader de benen moest strekken, de koude kippenpootjes en hardgekookte eieren uit het Tupperware tevoorschijn kwamen. Vooral die eieren zaten in zo'n kunstig doosje waar zes eieren in konden rondom een apart vakje met een minuscuul dekseltje waar het zout in kon. Eten smaakt echt beter als het van gisteren is. Ik herinner me het geblokte picknickkleed en hoe mijn moeder het brood sneed, tegen haar borst geklemd, met het mes van zich af. Vertrouwd moederbeeld. Hoe ze daar hompen kaas bij hakte en die op het brood legde en hoe je dat at, homp brood met kaas in de ene en het eitje in de andere hand. Ik kwam altijd met moeite de auto uit tijdens de rustpauzes waarin de benen gestrekt moesten worden. Ik lag altijd op de achterbank te dagdromen. Ik vond het vervelend als het rijden stopte. Ik wilde het liefste altijd maar blijven doorrijden om uit het raam het landschap voorbij te zien trekken, zonder dat ik daar zelf moeite voor hoefde te doen. Een levende film. Nog steeds hou ik van het zitten in rijdende voertuigen en het kijken naar de voorbijtrekkende wereld en voelt het naar als het plotseling stopt. Als ik een baby was, zou ik op die momenten beginnen te huilen.

zaterdag 15 mei 2010

Zelfbeeld

Ik ben aan het lijnen en veel aan het lezen en zien over anorexia. Dat is geen goede combinatie, maar het is toevallig zo gekomen. Gister had ik met iemand afgesproken in een koffiehuis. Terwijl ik over de drempel stapte, verdween ik in een wereld van vers gebakken muffins en appeltaart. De lucht nam mij volledig in beslag. Ik bestelde mijn saaie espresso en sloeg het daarbij geserveerde advocaatje met slagroom af. Vind ik sowieso niet zo'n goed idee om 11 uur 's morgens. Ik vind het nu als lijnende persoon nog eens extra niet zo'n goed idee. Het voelt als een persoonlijke test. De wereld stelt mij op de proef. Toen mijn afspraak aanschoof, moest ik het echt kwijt. Ik stak van wal over anorexia en vervolgens namen we verschillende diëten door. Zij gezellig aan haar romige koffie verkeerd en ik aan mijn magere espresso. Ik heb ooit lang geleden het citroensapdieet gedaan. Ik viel er niet echt van af, want volgens mij ging mijn lijf in spaarstand, maar ik stopte wel met roken. Tijdens dat dieet las ik 's nachts in bed kookboeken. Toen ik na het dieet met een vriend uit eten ging, keek ik het eten bij de mensen van hun borden af terwijl ik op mijn eigen eten wachtte. Ook anorexia-patienten zijn geobsedeerd door eten, omringen zich soms zelfs graag met eten, kijken geïntrigeerd hoe patat gebakken wordt. Ze eten het alleen zelf niet. Als familie hen smeekt te eten, kunnen zij zeggen: 'Ik zou wel willen, maar ik kan het niet.' De angst voor eten in hun lichaam is enorm. Plus dat ze zelf iets anders in de spiegel zien dan anderen zien. Dat is ook nog een ziekte. Body Dysmorphic Disorder, BDD. Mensen die in de spiegel kijken en een monster zien of een lichaamsdeel van zichzelf verafschuwen. Zelf zie ik in de spiegel ook niet echt of ik te dik ben of niet. Ik zie het alleen op de weegschaal. En op foto's van mezelf. Bovendien bekijk ik mezelf heel vaak in de spiegel of in de winkelruit of in het raam van trein of tram. Heb ik een vertekend zelfbeeld? Ben ik geobsedeerd? Eén van de symptomen van BDD is dat je er heel veel over leest en dat je je afsluit van de wereld. Wat als ik concludeer dat ik beter even niet naar een koffiehuis kan gaan met overweldigende bakluchtjes, is dat een eerste teken? Gelukkig kan ik mijn interesse scharen onder het hoofdstuk research. Vannacht heb ik gedroomd van hele magere lijven waar de botten aan alle kanten uitstaken.

donderdag 13 mei 2010

Dit is wat ik ervan weet, van Hemelvaart

Vandaag vaart Jezus ten hemel. Hij wordt Gods rechterhand. Hij is al die tijd op aarde geweest. Hij is 33 jaar als hij het fysieke leven verlaat. Al een flinke tijd daarvoor heeft God de eerste mens Adam gemaakt en uit zijn rib Eva. Met het maken van de eerste mens kondigt God de komst van de Messias aan. Ooit zal er een mens zijn, de zoon van God die plaats zal nemen naast God. So far so good, maar dan gaat het mis. De engelen namelijk, waren tot nu de hoogste wezens geweest onder God. En die plaats naast God in de hemel was aan Lucifer beloofd. God schept op de zesde dag een nieuw wezen, naar zijn evenbeeld. Lucifer, die God als zijn vader ziet, kan dit niet verkroppen en ontketent een hemelse oorlog die hij enerzijds wint en anderzijds verliest. Hij krijgt het voor elkaar om die verachtelijke mens uit het paradijs te verjagen, door hem van de boom der kennis van goed en kwaad te laten eten. Het eeuwige leven wordt de hoogmoedige mens hiermee ontnomen. In ruil voor deze wraak levert Lucifer zijn hemelse positie in en hij zal vanaf die dag zijn onderkomen moeten zoeken in de krochten van de hel. Jezus sterft voor onze zonden met Pasen, staat 3 dagen later op uit de dood. Hij blijft niet op aarde maar vaart na 40 dagen ten hemel. Vandaag dus. En over 10 dagen, met Pinksteren, komt hij als heilige geest en trooster terug op aarde. Op deze manier kan God in onze harten wonen.

[...] Plotseling kwam er uit de hemel een geluid dat leek op een enorme windvlaag en het vulde het hele huis, waar zij zaten. Op hun hoofden vertoonden zich tongen als van vuur, die zich verdeelden, en het zette zich op ieder van hen. Zij werden allen vervuld met de Heilige Geest en begonnen in vreemde talen te spreken, zoals de Geest het hun gaf uit te spreken [...].

Dat wordt niet zomaar een dag. Net als vandaag.

Vroeger stonden de mensen op Hemelvaartsdag al om drie uur 's nachts op om zingend en blootsvoets op het gras te dansen. Dat heette dauwtrappen. Het dauw op het gras zou een zuiverende werking hebben.

dinsdag 11 mei 2010

Anorexia

Ik heb vandaag een documentaire zitten bekijken over een achtjarig meisje met anorexia. Ze vertelt dat ze eerst stopte met snoepen. Vervolgens zegt ze tegen haar moeder: 'Ik ga stoppen met junkfood.' Daarna wordt ze vegetariër en tenslotte stopt ze helemaal met eten. Het wordt zo erg dat ze moet worden opgenomen in het ziekenhuis. Ze houdt daar zelfs de sonde dicht die haar vloeibaar voedsel toedient. Als ze wat is aangesterkt, komt ze in een kliniek waar allemaal tieners wonen met hetzelfde probleem. Meiden die veel ouder zijn dan zij. Omdat ze zo jong is, vindt ze het moeilijk om te reflecteren op zichzelf en antwoord te geven op de vraag waarom ze ooit begon met diëten. De oudere meisjes weten dat beter. Die hebben problemen op school. Hun ouders zijn gescheiden of de druk van presteren is te hoog. Een kenmerk van anorexia-meisjes is bovendien dat het perfectionisten zijn. In hun leven maken ze iets mee waar ze geen controle over hebben. Door te reguleren hoeveel ze eten, creëren ze controle. Eigenlijk heeft de stem in hun hoofd de controle. Die roept: 'Nee, dat ga jij echt niet eten.' Of: 'En nu moet je een uur lang de trap op en neer rennen.' In de kliniek moeten ze eten en hun bord zelfs uitschrapen en aflikken zodat ze niet met de smoes kunnen wegkomen dat die zes laatste kruimeltjes toch weer zoveel calorieën scheelt. Er is geen onderhandeling mogelijk. De begeleiders houden de etende anorexia's scherp in de gaten. Er mag geen eten in mouwen verdwijnen. Er mag niet gespeeld worden met het eten. De meisjes eten vol afgrijzen hun bord leeg.

maandag 10 mei 2010

Lot

Om 17:55 uur vertrok ik met de trein van Utrecht naar Amsterdam. Ik ging zitten waar een krant op het tafeltje lag. Op de voorpagina stond: 'Vanavond trekking staatsloterij. Tot 13:00 uur kunt u nog een lot kopen.' Ik las mijn horoscoop die verderop in de krant stond. 'Vandaag heeft u geluk. U kunt best een gokje wagen.' Ik had een lot moeten kopen, dacht ik. Maar het was al ver na enen. Toen ik in Amsterdam uitstapte, zweefde het getal 7 voor mijn geestesoog, en ik bleef aan het getal 7 te denken. Als ik vanmorgen nou maar een lot had gekocht... ik had een lot moeten hebben met als laatste getal 7... mijmerde ik. En ik dacht aan een cruise op de Nijl. Toen ik thuiskwam lag er een staatslot op tafel met als laatste getal een 7.

donderdag 6 mei 2010

Het grote wijde open

Er zijn doden herdacht. De bevrijding is gevierd. We vieren onze vrijheid. Dat we vrij zijn. Dat we mogen zeggen wat we willen. We zeggen zelfs wat we denken. Ik zeg eigenlijk nooit wat ik denk. Iets denken is iets anders dan iets zeggen. Als iemand vraagt: 'Waar denk je aan?' weet ik het meestal niet.
'Eeeeh, ik geloof dat ik- Wacht effe.'
Vrijheid van meningsuiting. In het Engels is het freedom of speech, komt het woord mening niet aan te pas. Onze meningencultuur viert hoogtij. Iedereen heeft overal een mening over. Ook al weet je helemaal niks zinnigs te zeggen over een onderwerp.
'De natuur is ook maar betrekkelijk.'
Ik probeer te bevatten wat vrijheid is. Ik vind de menselijke soort namelijk de minst vrije diersoort die ik bedenken kan, op de arme varkens en kippen en kalfjes na die opgroeien in de bio-industrie. Die zijn nog minder vrij dan een huisdier aan een riem. Maar zij, die niet eens weten dat er een buiten bestaat, zijn dan ook opgesloten door toedoen van de menselijke soort. Wij sluiten graag op. Onszelf ook. We bouwen huizen met verschillende kamers en we maken tuintjes met hekken eromheen. Vervolgens richten we onszelf af en we doen allemaal heel erg ons best om de best afgerichte mens te zijn. We mogen niet uit vuilnisbakken eten. We mogen niet in een tentje wonen, zomaar ergens in een open veld. We mogen niet op bankjes slapen in de stad, die er toch neergezet zijn om op te zitten als wij onszelf uitlaten. We kaderen onszelf in en soms gaat dat dan heel erg mis en dan hebben we een meningsverschil en dan slaan we elkaar de hersens in en dan meten we onze mate van beschaving aan elkaar. En dan moeten we onze beschavingen herdefiniëren. Dat levert weer nieuwe regels op waar we ons vervolgens aan houden. En zo voldoen we steeds aan onze eigen opgelegde maatstaven. Maar wat is nou echt vrijheid? Bestaat het wel?

dinsdag 4 mei 2010

Hokey-Pokey

Ik heb spijt dat ik mijn moeder verteld heb dat ik het gesprek, na haar boodschap op mijn voice-mail, ook heb gehoord. Ik ben bang dat ze vanaf nu onmiddellijk ophangt nadat ze me ingesproken heeft. Vanmorgen belde ze namelijk, sprak heel netjes in en hing op. Geen nagesprek met mijn vader. Ze wilde me iets vertellen, zei ze. Ze klonk opgetogen.
Een uurtje later bel ik terug. Mijn vader neemt op. Ook hij klinkt opgetogen want zijn stem is twee octaven hoger dan gewoonlijk. Mijn vader steekt gelijk van wal.
'Ja, je moeder had je gebeld om te vertellen dat we je toch vakantiegeld willen geven dit jaar.'
'Dat hoeft toch niet. Ik heb al zoveel van jullie gehad,' zeg ik.
'Dat zijn wij allang alweer vergeten hoor.'
'Ik vind het echt te gek,' zeg ik.
Ik ben er stil van.
'En dan wens ik je een hele fijne bevrijdingsdag.'
'Dat zal zeker lukken,' zeg ik.
'Dag lieverd.'
Ik denk na over deze twee mensen die elkaar ontmoetten op de bevrijdingsfeesten. Ze zongen en dansten de Hokey-Pokey samen. En nog altijd.

You put your right foot in
You put your right foot out
You put you right foot in
And you shake it all about
You do the Hokey-Pokey
And you turn yourself around
And that's what it's all about

maandag 3 mei 2010

Rommelen

Van de week had mijn moeder ingesproken op de voice-mail, maar ze vergat op te hangen en het gesprek van mijn ouders dat volgde, werd ook opgenomen.
'Ze heeft nu een antwoordapparaat van telfort.'
'Hoe weet je dat?' vraagt mijn vader.
'Dat zegt ie. Haar andere telefoon werkt niet en nu heeft ze telfort. Goochem van d'r, vind je niet?'
Mijn vader begrijpt dit net zomin als ik, want hij reageert met hoogstens wat gemompel. Mijn moeder maakt van alles onmiddellijk haar eigen verhaal. Zij duidt het leven om het te begrijpen. Net als ieder mens, alleen is zij er wat sneller en bedrevener in, zodat 'hoe het echt ging' vaak moeilijk te achterhalen is. Mijn vader zegt vaak tegen haar: 'Zo ging het niet helemaal, maar het is wel beter voor het verhaal.'
Het gesprek gaat verder.
'Nou ben ik vergeten mijn mond af te vegen aan dat servetje,' hoor ik mijn vader zeggen.
'O, en waar heb je het nu aan afgeveegd?'
'Nu zit hier chocola op.'
'Niet zo goochem van je.'
En zo zie ik ze in gedachten gezellig rommelen met zijn twee. Een dag later ben ik bij ze op bezoek. De tuin achter het huis is net helemaal zomerklaar gemaakt en ziet er prachtig uit. Er is nieuw gras gezaaid.
'Er zijn drie kruiwagens mos uitgehaald.'
We drinken Crodino. Ik drink alleen Crodino bij mijn ouders. En we eten pasta met zalm. We maken een uitnodiging voor mijn vaders verjaardag die hij samen met mijn nichtje viert. Ze worden samen 99 jaar. 's Avonds belt de Somalische schoonmaakster dat ze morgen niet kan, waarop ze allebei opgelucht reageren.
'Kunnen we lekker uitslapen,' zegt mijn moeder.
'En daarna lekker een beetje rommelen,' zegt mijn vader.
Ze kijken nu al uit naar morgen.

zondag 2 mei 2010

Hollen of stilstaan

Mijn leven is een poging tot het vinden van rust. Ik ben zo iemand die zichzelf in stiekeme dromen met haar handen in de aarde ziet wroeten. Uiteindelijk. Als ik een oude vrouw ben. En ik word heel oud. Lange tijd had ik naast het schrijven allerlei kleine bezigheden. Ik probeer afscheid te nemen van de versnippering van mijn bestaan. Dat gaat geleidelijk. Qua concentratie is het heel moeilijk om de ene dag les te geven, de volgende dag in een commissie subsidie-aanvragen te bespreken en de dag daarna de draad weer op te pakken van het schrijven. De dynamiek van twee dagen drukte vergt andere talenten en het geschrevene vraagt na een rustpauze om andere wetten. Als ik mijzelf kon klonen, zou dat de oplossing zijn geweest. Waar was ik gebleven? Ik heb nooit een van tevoren vastgelegd plan. Aan mijn muur geen tijdbalk of verloop van het verhaal, geen beschrijvingen van personages. Niet in mijn leven en niet in mijn verhalen. Ik begin ergens. Ik heb een vaag idee. Ik begin met een titel of een gedachte. Vandaag schrijf ik in mijn schrift: een onbetrouwbaar iemand en morgen als ik ga werken, weet ik niet meer wat de achterliggende gedachte was. Ik kan die niet meer pakken. Pas als mijn werk in een stadium komt waarin het vorm krijgt, kan ik makkelijk verder aan hetgeen ik eergisteren liet liggen. En er is een hoop bijgeloof. Als ik dit zo opschrijf, bestaat het en kan ik het niet meer veranderen. Dus ik moet wel heel goed weten wat ik opschrijf en hoe. Op dit moment is er alle rust voor het schrijven maar nu moet ik die alleen nog vinden. Ik ga iedere dag braaf naar yoga en begin 's morgens op een vaste tijd met schrijven. Internet is de eerste uren verboden. Behalve als ik iets op moet zoeken en reken maar dat ik vaak iets op moet zoeken. 's Nachts werken kan ook. Dan is het stil en bestaat er geen tijd. Verkeren in een halve droomtoestand waar ik erg van hou. Er is wat mij betreft niet echt een methode, althans ik heb 'm nog niet gevonden.

zaterdag 1 mei 2010

Impressies van koninginnedag

Het was best rustig en lekker opgefrist door de regen. Twee meisjes in het Vondelpark verkochten ansichtkaarten die ze zelf getekend hadden. Ze hadden ook een brievenbus. Ik koos er één van een uiltje waar 'With love' bij stond. Ik kreeg een krukje aangeboden om aan de campingtafel mijn kaart te schrijven. Ik adresseerde hem aan mijn ouders en zat even in een Droste-effect toen ik schreef dat ik de kaart van twee meisjes kocht in het Vondelpark. Ik deed de kaart op de bus. Even verderop kocht ik een zelfgetekende strip van een meisje die een hele map vol strips had. De strip hangt boven mijn bureau en gaat over een draakje dat uitglijdt over een bananenschil. Het zijn drie plaatjes met eerst, daarna en ten slotte eronder geschreven. Daar moest ik om gniffelen. We zien in het eerste plaatje een draakje dat een aardbei eet. Hij zegt dat er niets gezonder is dan fruit. In het tweede plaatje glijdt hij uit over een bananenschil en zijn aardbei vliegt door de lucht. In het derde plaatje vraagt hij zich af -met zijn hoofd in verband, zijn arm en been in het gips en steunend op een wandelstok- hoe gezond fruit nou eigenlijk is.