woensdag 30 juni 2010

Buitenkunst

De tweede dag schreven twee mensen een stuk. Een echtpaar laat hun kind achter bij Ikea. In de ballenbak. Een favoriete plek voor het achterlaten van kinderen. In toneelstukken dan. De man en vrouw rijden weg richting het Zuiden, maar ze krijgen ruzie. Ze hebben allebei hun eigen opvatting over het achterlaten. De moeder doet het omdat ze haar kind een betere toekomst wenst en de man doet het omdat het kind tussen hen instond. Hij blijkt het kind te hebben gehaat, terwijl zij steeds meer begint te mijmeren over zijn schattige krulletjes, de lieve glimlach, zijn geur. Het echtpaar strandt bij een benzinepomp. Ieder uur horen we een oproep via de autoradio, of de ouders Brammetje willen komen ophalen. Als het drama op zijn hoogtepunt is, volgt op de radio het bericht dat de ouders het kind hebben opgehaald. De vrouw is zo verbolgen over het feit dat twee wildvreemde mensen zich als de ouders van haar kind hebben durven uitgeven dat ze in de laatste scène plankgas terugrijdt richting Ikea. Ze heeft een monoloog over spijt. Vanuit de achterbak van de auto klinkt gebonk. De schrijvers wilden een open einde.

zondag 27 juni 2010

Onder de beuken

We zaten onder de beuken en voelden hoe er op ons neergekeken werd. We wisten dat ze ons in de smiezen hadden en ons bloed al roken. Vanuit de bladeren zouden ze zich op ons neer laten om onmiddellijk met hun kop, kont omhoog, onze huid binnen te dringen. We wisten dat ze graag in beuken schuilden en hoe wij dan zo stom konden zijn om juist daaronder te gaan zitten. We vroegen ons af of het bloed van de ene mens beter smaakte dan van de andere. We kregen overal jeuk en zagen moedervlekken aan voor beten. We vlooiden elkaars oksels en knieholtes. We hadden verschrikkelijke geschiedenissen gehoord van mensen die het overkomen was. We werden steeds banger maar bleven praten tot de duisternis viel.

donderdag 24 juni 2010

Yoga boga

Als ik naar de yoga ga, vraagt hij altijd: 'Ga jij lekker naar de yoga boga?' En hij moedigt mij aan als ik naar beneden loop.
'Zet 'm op bij de yoga boga.'
En soms staat hij nog achter het raam te zwaaien als ik wegfiets. Soms sta ik een moment stil om nog even extra goed terug te zwaaien, voor ik mij richting topsport begeef. Yoga boga klinkt lekker buigzaam en dat is goed want ik buig me suf bij de yoga en hoe vaker ik het doe, hoe buigzamer ik word. Zie mij hier eens mijn neus naar mijn knieën yogabogaan. Mijn kruin naar mijn tenen kauwgummen. Mijn teen in mijn nek stuiteren. Mijn achterhoofd op mijn kuiten plakken.
Drie dagen niet geweest en mijn humeur is niet te harden.

dinsdag 22 juni 2010

Piektijd

Ik zag een film over twee mensen die verliefd op elkaar werden doordat ze een gesprek hadden over wijn. De man kon heel mooi vertellen over de Pinot druif en hoe kwetsbaar die was en dat de wijnboer heel goed voor dit type druif moest zorgen en dat de kwaliteit van de wijn dus afhing van de zorgzaamheid van de boer en zijn gevoel voor de druif. Als kijker wist je dat hij het over zichzelf had; gescheiden man wordt dodelijk verlegen van mooie vrouw die vol aandacht naar hem luistert.
Toen vroeg hij aan de vrouw: 'En jij? Wat heb jij eigenlijk met wijn?'
De vrouw begon niet over een specifieke druif maar meer over wijn in het algemeen. Dat er zoveel verschillende soorten waren en dat ze allemaal hun eigen karakter hadden en dat zij het fijn vond dat ze goed was in proeven. En dat als er een wijn was die zo bijzonder was en als je dan het voorrecht had die te ontdekken, dat er dan een geschiedenis aan vast zat, met wijnboeren en hellingen en weer en wind en regen. En dat een wijn zijn piek kon bereiken om daarna af te takelen. Het leken net mensen die wijnen, zoals zij erover vertelde.
De man vertelde dat hij een Chateau Bladiebla had uit '61 die op zijn piek was. En zij reageerde met een 'No way.' Het was een Amerikaanse film. Ze zei dat hij die wijn als de wiedeweerga moest opdrinken nu die op zijn piek was. Dat het misdadig was als hij zou wachten. Dat de aftakeling ieder moment kon inzetten. Ze waren overigens niet bij hem thuis, want anders had hij die wijn natuurlijk gepakt. Nu het uitgelezen moment voor zo'n puik wijntje gaande was.
'Ik heb steeds het juiste moment afgewacht.' En hij doelde daarmee op een hereniging met zijn ex.
'Het moment dat je een Chateau Bladiebla drinkt, ís het juiste moment.'
Later in de film zag je de man dat juiste moment beleven. Hij maakte de goddelijke wijn soldaat in een hamburgertent, drinkend uit een kartonnen beker. Een nogal sneu hoogtepunt. Hij had het bij de wijnvrouw namelijk goed verbruid, even daarvoor. Maar later leek het toch nog goed te komen tussen deze twee wijnkenners. Gelukkig nog net in piektijd.

vrijdag 18 juni 2010

Wat ik zie als ik luister

Ik luister gesprekken af die ik gehad heb met jongeren het afgelopen jaar. Audio werkt heel anders dan beeld. Ik hoor nu verbanden die ik tijdens het gesprek nooit heb gelegd. Intonaties die boekdelen spreken waar toen misschien een lach me afleidde van de emotie of de intentie van het gezegde. Ik stel me van alles voor bij deze opnieuw beluisterde stemmen. Dit gesprek ging over geloof. Een meisje vertelt dat ze van haar geloof is gevallen sinds haar vader ziek werd. De vader is de week voor het gesprek overleden. Een jongen begint met galmende stem een vergelijking uit de bijbel te citeren. Ik hoor zijn onzekerheid. Hij zit er te dicht bovenop. Hij laat geen ruimte. Hij wil de situatie duiden, overzien, woorden geven. In een tekst zou ik stilte schrijven, voor ik de jongen iets zou laten zeggen. Lange stilte zelfs. Ik stel me zijn vader voor die misschien hetzelfde doet als hij ergens over twijfelt. Er is vast overal een voorbeeld bij te vinden, thuis waar de jongen woont. En de vader zal hem houvast kunnen bieden. Maar hier wordt de verbinding niet gemaakt, want het verhaal komt niet echt aan. Het lijkt de eerste keer dat hij zoiets probeert. Ook vergeet de jongen erbij te vertellen wat de vergelijking betekent. Een ander meisje moet het verduidelijken. Voor iedereen is er onkruid in de wereld en waar het precies zit weet je niet maar je moet ernaast leven. Je wordt daar sterker van.
'Maar waarom zou ik daar dan sterker van worden? Want het is gewoon niet eerlijk en waarom zou ik daar dan nú sterker van worden en waarom bijvoorbeeld niet over een paar jaar?' vraagt het meisje dat haar vader verloor. Het is lange tijd stil.

Het beeld van de vader laat me niet los en ik plaats mezelf in een kelder in een ander tijdperk waar ik deze opnames afluister en vraag me af wat ze dan betekenen. Als ik er zelf niet bij was.

donderdag 17 juni 2010

Gezien worden

Op mijn yogaschool geven meerdere docenten les. Toch weet iedere docent je naam. Al zien ze je voor het eerst. Je schrijft je naam in een boekje en ze kennen 'm. En je bent niet de enige die zijn naam in het boekje zet. Als het heel druk is schrijven wel dertig mensen hun naam in het boekje en dat zijn nooit elke keer dezelfde mensen. Ik sta iedere keer verbaasd als ik mijn naam hoor tijdens de les. Zeker bij docenten die ik nog nooit eerder gehad heb.
'Goeie rechte rug, Gijsje.'
De docenten geven complimenten waardoor je beter je best gaat doen.
'Goede hoge armen, Gijsje.'
Soms schaam ik me, want mijn naam wordt vaak genoemd.
'Mooie gestrekte benen, Gijsje.'
Er zijn mensen die net als ik vrij vaak komen. Zij krijgen ook aanwijzingen en complimenten maar ik heb het idee dat ik net iets vaker gezien word dan de rest. Verder is het een vrij anonieme bezigheid eigenlijk. Er is van tevoren en na de les stilte in de ruimte en na afloop in de kleedkamer ben je te moe om met iemand te praten.

Waar ik in het dagelijks leven onzichtbaar ben, word ik bij de yoga gezien. Op een station word ik met gemak omver gelopen omdat mensen mij niet zien. Maar blijkbaar ben ik een opvallende yogapersoonlijkheid. In meditatieve staat word ik kennelijk wel gezien en heb ik baat bij mijn onzichtbare karakter. Ik doe de oefeningen altijd extra mooi. Dat wel.

dinsdag 15 juni 2010

Negatief van de werkelijkheid

Wij zijn ontevreden met ons land. Het is in onze ogen niet meer hetzelfde. We durven ’s avonds niet meer de straat op omdat we belaagd worden door kluitjes hangjongeren. Onze boeven hebben het beter in de gevangenissen dan onze bejaarden in een verzorgingstehuis. We kijken met weemoed terug naar een tijd dat er nog respect was voor elkaar en oom agent. Toen men voor een ander in de bres sprong en elkaar hielp als er nood aan de man was. Men dronk een pilsje met de buurman en de mensen maakten een praatje met elkaar. Niet over geld of macht, maar over de stand van de wolken (om maar een voorbeeld te noemen).
‘Zie je dat schaap daar?’
‘O, jij ziet er een schaap in, o ja, zo (...). Ik zag zelf een luxe cruiseschip, maar nu zie ik alleen nog maar jouw schaap. Ik krijg zin om een potje te mekkeren.’
‘Van mij mag jij een potje mekkeren, buurman.’
‘Zullen we samen even lekker...?’

Ik sta nog geen uur geleden een brood te kopen en een man met zijn armen vol tatoeages (en daar bedoel ik niks mee) staat op luide toon te verkondigen dat als je rechts stemt je voor Nederland kiest en als je links stemt tegen.
'Want dan stem je voor de islamieten,' voegt hij er nog aan toe.
Omdat ik net van de yoga kom en mij gelouterd voel, vind ik dit teveel vervuiling voor mijn oren en ik begin te neuriën, bestel een brood en maak dat ik wegkom. Maar ik begin er natuurlijk over na te denken terwijl ik naar mijn fiets loop. Misschien had ik hem moeten vragen wat hij vandaag in de wolken zag.

donderdag 10 juni 2010

Ik ben van iedereen

Vandaag ben ik van iedereen. Het begint op het station. Een NS-medewerker vraagt of ik het allemaal kan vinden als ik op het elektronische bord mijn trein zoek. Verder de gewoonlijke glimlachjes van alle kanten. De wereld lacht mij toe. In de tram in Rotterdam vragen twee meisjes aan de conducteur waar een bepaalde halte is. Ze zijn al te ver. Hij raadt ze aan een tram terug te nemen. Als ze zijn uitgestapt, richt hij zich direct tot mij. Terwijl de tram echt vol zit.
'Ze vragen het altijd te laat.'
'Terwijl u het antwoord heeft,' zeg ik.
'Precies. Maar ze hebben geluk,' knikt hij naar de tram die in tegengestelde richting aankomt.
'Gelukkig maar.'
'Als ze meteen naar me toe komen, is het beter. Ik kan niet van hun gezichten aflezen waar ze heen moeten.'
Even later moet ik er al uit. Ik wens hem een goede dag en hij mij een hele goede. Bij de haringkraam staat een vrouw uitbundig te praten met de twee vrouwen die de haring verkopen. Eentje haalt met een scherp mesje de ingewanden uit de vissen, terwijl de ander me vriendelijk toeknikt. Als ik verder loop, hoor ik hakken achter me klikken.
'Sta jij eens even stil.'
Ik sta stante pede stil. Ik luister goed.
'Goed zo, dan kan ik dit even doen,' zegt een vrouwenstem en ik voel hoe mijn T-shirt van onder mijn jas over mijn kontzakken getrokken wordt.
'Zo, nu zit alles weer goed.'
'Dank u wel,' zeg ik.
Een vrouw snelt me glimlachend voorbij, een zakje haringen in haar hand.

woensdag 9 juni 2010

Stemmen

Voor het eerst weet ik niet wat ik moet stemmen. Ik weet ook niet waar, want ik hoor gewoon kinderen in het schooltje achter het huis dat altijd wordt omgetoverd tot stemlokaal. Maar de locatie van het stemlokaal zal ik nog wel kunnen vinden, maar wát zal ik stemmen? En wanneer, want het blijft maar regenen dat het giet. Niet gewoon meer. Dit zijn uitvluchten. Ik heb gister het verkiezingsdebat zitten bekijken en ik vind het allemaal even verschrikkelijk. Ik heb het idee dat we in een tijd leven waarin deze vorm van politiek niet meer werkt. Het gaat meer om de voorman of voorvrouw van de partij die punten scoort dan dat het gaat om de plannen. De verkiezingen beginnen steeds meer te lijken op het songfestival of op een voetbalwedstrijd en dan moeten we vanavond weer kijken wie de meeste punten en dus gewonnen heeft. Even voor de duidelijkheid. Ik heb nooit getwijfeld. Ik heb altijd trouw SP gestemd. Maar nu weet ik niet of ik strategisch moet stemmen, zoals dat heet. Stem ik deze ene keer Cohen? Ik vind het ook weer zo gek om hem daar te zien staan in zijn nieuwe hoedanigheid. Voor mij is hij gewoon onze burgemeester.

dinsdag 8 juni 2010

Verslaafd

Mijn achilleshiel is geblesseerd en ik word daarvoor behandeld bij de fysiotherapeute op de sportschool hier om de hoek. Het schijnt een pees te zijn die door een schacht loopt en als die pees lichtelijk ontstoken is, blijft hij een beetje in die schacht hangen. Ik doe oefeningen, moet mijn hiel afwisselend koud en warm houden, zit met een tennisbal onder mijn bureau mijn voet af te rollen. Ik ga naar mijn (bijna) dagelijkse yoga en de fysiotherapeute masseert kuit en hiel twee keer per week. Het is warm in het hokje waar ze temidden van bodybuilders haar praktijk heeft. De muziek pompt van alle kanten door de gipsen wandjes heen.
'Warm hier hè,' zegt ze.
'Ja, maar ik kom net uit de sauna.'
'O, lekker.'
'Ik doe yoga in de sauna.'
'Dat kan niet gezond zijn.'
'Niet? Het voelt wel gezond,' zeg ik.
'En dan ga je zeker ook iedere dag.'
'Ik probeer van wel.'
'Dat kan niet goed zijn.'
'Niet?'
'Je bent verslaafd.'
'Ja, denk het wel.'
'Dat kan dus niet goed zijn.'
'Maar wat kan ik eraan doen? Af en toe niet gaan?'
'Precies,' zegt ze.
'O, dat doe ik wel hoor, af en toe niet gaan.'
Als ik later met een pak ijs onder mijn hiel thuis op de bank lig, denk ik na of ik wel of niet verslaafd ben aan de yoga en neem mij voor af en toe een dag niet te gaan.

maandag 7 juni 2010

Wat je hoort, ben je zelf

Ik gaf les aan de poppentheaterschool waar ik al eerder over schreef. Het is een cursus van twee jaar voor poppenspelers die zich in allerlei vakken bekwamen en ik geef ze een paar keer schrijfles. Poppenspelers doen over het algemeen alles zelf. Ze verzinnen een verhaal. Ze maken de daarbij horende poppen. Ze spelen zelf. Meestal in hun eentje. Ze maken het decor. Regisseren zichzelf. Ze schrijven hun eigen teksten. Alles doen ze zelf. We spraken over interpretatie van dialoog. We hadden het de keer daarvoor al gehad over tekst en subtekst; dat wat je zegt en dat wat je bedoelt met wat je zegt. Nu hadden we het over hoe de toehoorder de dialoog interpreteert, hoe hij nogal subjectief luistert, beïnvloed door zijn eigen stemmingen, inzichten en bewustzijn. Zo kan een man zeggen: 'Ik hou van je.' Maar de vrouw die aangesproken wordt, hoort: 'Ik ben ten einde raad.' Zij antwoordt: 'Ik wil nog niet samenwonen.' En hij hoort daarin: 'Ik kan pas met je samenwonen als jij iets aan die verschrikkelijke neus van je doet.' Aangezien hij bereid is alles voor haar te doen, zegt hij: 'Ik kan een neusoperatie ondergaan.' Maar zij hoort zijn afhankelijkheid en verstaat dit als: 'Ik kan alles worden wat je maar wilt. Ik zal je overal volgen. Ik zal een blok aan je been zijn.' Zo wordt de dialoog een dans van interpretatie en misinterpretatie. En kun je een hoop geschiedenis en psychologie kwijt in zo'n dialoog. Want, mijn hemel, wat kan er een hoop misgaan in een gesprek. Dat we door alle bedoelingen heen het bos nog zien is een wonder. Soms krijg je gewoon zin om een tijdje te zwijgen.

zondag 6 juni 2010

Post op zondag

Vanmorgen werd er aangebeld. Ik drukte de voordeur open met het daarvoor bestemde knopje.
'Hallo,' riep ik tegen de stille treden van het trappenhuis.
Ik liep een etage naar beneden en ik zag een bos dreadlocks omhoog komen. Het was de buurman van hiernaast die wij de reggaeman noemen, omdat hij altijd heel hard reggaemuziek draait en Jamaicaanse vlaggen als gordijnen heeft.
'Ik heb een pak voor je.'
'O, ik dacht dat het verdwenen was,' zei ik.
'Nee, het ligt bij ons op de trap.'
'O,' zei ik. Hij had het dus niet bij zich.
'Ik moet het even halen. Het ligt er al een week maar ik moet werken, weet je, door de week.'
'Ik loop wel even mee naar beneden.'
Ik bewoog achter zijn dansende draailokken aan. Omdat ik op blote voeten was, liep ik niet mee naar buiten maar wachtte bij mijn voordeur. Hij verdween het aangrenzende trappenhuis in. Ik hoorde hoe hij naar zijn etage liep. Hij nam zijn tijd en ik bestudeerde intussen mijn voeten. Toen hij weer voor me stond, keek hij naar mijn naambordje bij de bel en toen naar het adres op de envelop. En hij overhandigde me het pak.
'Alsjeblieft.'
'Te gek, bedankt.'
Hij bleef voor de deur staan en keek me onderzoekend aan, alsof hij hoopte dat ik het ter plekke zou uitpakken. Alsof het zijn cadeau was. Voor mij. Ik deed de deur voor zijn neus dicht, zei 'doei' tegen het laatste stukje gezicht dat ik door het kiertje zag en rende naar boven.

zaterdag 5 juni 2010

donderdag 3 juni 2010

De griel

En vandaag is het tijd om aandacht te besteden aan een wel heel bijzondere vogel. De griel. Mijn beste vriend en ik ontdekten hem jaren geleden op Texel. Niet in levende lijve maar in een vogelgids. Ik zag de griel op een plaatje en was gelijk verkocht. Bovendien leek de vogel sprekend op mijn beste vriend. Ik liet hem het plaatje zien en zei: 'Kijk, dit ben jij.' We bestudeerden zijn eigenschappen en zijn taal. De griel is geen gezellige vogel, lazen we en als hij niet gezien wil worden, gaat hij plat op de grond liggen en hij roept krulie met een lange úúúúúúú en dan een korte en scherpe lie naar boven.
Tegen de schemer schreeuwen de vogels om hun hardst op Texel en wij oefenden onze krulies die zich als vreemde muziek mengden met het geroep van de andere vogels. De griel nam bezit van ons en mijn beste vriend had zijn ware identiteit gevonden. Een vogel die graag 's nachts leeft omdat hij een niet zo gezellige vogel is. Eentje die plat slaat op de grond als hij het niet naar zijn zin heeft. De vogel die uit Nederland wegtrok omdat hij geen rust kon vinden, omdat de rustige open heidevelden uit ons land verdwenen. De vergelijking was treffend. Er ontstond een heel grielenvocabulaire. 'Dat is wel heel grielig wat je nu doet.' Of 'Ik sla helemaal plat' waar we dan heel verstoord bij keken. Of 'Grote grielen!' als er iets ongelofelijks gebeurde. Of een voorzichtige 'Krulie?' als iets niet duidelijk was. We gebruikten de woorden in onze gesprekken en soms namen mensen ze gewoon over alsof het Griels ze met de paplepel was ingegoten. 'Dat is inderdaad wel heel grielig,' beaamde iemand dan. En dan kregen wij de slappe lach of begonnen als gekken 'Krulie!' te roepen. We verzonnen liedjes over de griel als 'O, grote grielen' of 'Eenzame vogel'. En mijn beste vriend werd meneer Griel.
Vandaag was er in het nieuws dat er een griel gezien is in de Amsterdamse waterleidingduinen vlakbij Heemstede. De komst van deze vogel geeft aan dat er heel misschien weer plaats is voor onzekere, ongezellige vogels in dit land en dat is goed nieuws. Ook al houdt hij niet van gezelschap, is het toch te hopen dat hij een partner vindt om (geforceerd gezellig) kleine grieletjes mee te maken. Dus als je door een rustig open heideveld loopt, wees dan stil en voorzichtig, want broeden is niet makkelijk voor een griel. Wellicht kunnen we dan binnenkort meerdere medegrielen in ons land verwelkomen. Het zal er niet gezelliger op worden maar wel veel en veel gevoeliger.

woensdag 2 juni 2010

Mijn moeder als Annie M.G.

Mijn moeder lijkt op Annie M.G. Schmidt. Dat was als zo toen Annie nog leefde en dat is nu nog zo. Je ziet mensen soms in verwarring kijken. Je kunt hun gedachten raden. Maar Annie is toch dood? Als mijn moeder en ik samen zijn en we komen bekenden van mij tegen dan zeggen die: 'Daar zitten de twee schrijvers.' Dat is drie keer gebeurd. Ik zweer het. Onbekenden klampen haar aan en zeggen: 'U lijkt heel erg op Annie M.G. Schmidt.' Standaard zegt ze de laatste jaren: 'Maar ik ben niet zo grappig hoor.' Ik vind dat ze zichzelf daarmee tekort doet. Ze is het gaan zeggen sinds ze met mijn vader op een groepsreis is geweest. De mensen in de groep hadden verwachtingen rondom haar vermeende grappigheid. 'Ze wilden de hele tijd dat ik grappig deed en ze gingen me zelfs Annie noemen.' Mijn moeder is best heel grappig en heeft fantasie genoeg om hele leuke verhalen te vertellen, maar als ze moet opboksen tegen een beeld dat mensen van haar maken, slaat de onzekerheid toe en is het gedaan met de grappigheid.

dinsdag 1 juni 2010

Stelen van jezelf

Ik ben een oud stuk een beetje aan het omwerken tot een nieuw stuk en ik voel me schuldig, hoewel ik tevreden ben over het nieuwe stuk. Het is alsof ik het oude stuk overhoop haal. Dat had al bestaansrecht en stond op zichzelf. Ik was ook tevreden met het oude stuk. Nu gebruik ik elementen die ik bij een nieuw personage laat horen en ik krijg het oude personage niet uit mijn hoofd. Bob Dylan, een grote held van mij doet het altijd. Hele coupletten verandert hij in zijn songs. Hij gooit muziekschema's om en als je naar een concert van hem gaat, zijn de nummers altijd anders, in een nieuw jasje, op een nieuwe manier bezien. Zijn concerten zijn interessant en zijn songs blijven levendig. Hij dwaalt rond in zijn eigen onuitputtelijke universum van songs. Hij bekijkt zijn gedachten van alle kanten. Er duiken vaker zinnetjes uit andere stukken in nieuwe stukken van mij op. Het is alsof het een eigen idioom wordt; de taal en de werelden die je schept. Even een tijdje laten liggen maar.