dinsdag 31 augustus 2010

Mijn wereld is klein

Ik email met de buurvrouw die op 1-hoog in hetzelfde trappenhuis woont. Ik email ook weleens met de buurman op 2-hoog. Het gaat over huisaangelegenheden. Hoewel ik mijn buren dagelijks hoor kuchen, het hete water aanzetten, de trap oplopen, communiceren we per email omdat het beter voelt dan even naar beneden lopen. Juist omdat we zo dicht op elkaar wonen, gunnen we elkaar de ruimte. We dringen niet fysiek maar virtueel het leven van de ander binnen.

zondag 29 augustus 2010

De mannen van het dak

Het huis lekt. Op zolder staan bakken en liggen handdoeken. De vloer is bedekt met plastic. Opdat het water niet door het plafond de slaapkamer indruppelt. Zoals op een nacht gebeurde. Nog een paar dagen wolkbreukgevaar en dan wordt het weer even lente. De straat zal moeten worden afgezet. Er moet een kraan komen om 'de mannen van het dak' het dak op te helpen. Ze mogen niet door het zolderraampje het dak opklimmen zoals de vroegere mannen van het dak dat deden. Er is een Arbo-wet die dat verbiedt. En wij wachten geduldig tot het weer veilig is om binnen te blijven zoals ons vanuit Den Haag aangeraden is. En hopen dat we niet ongemerkt wegsmelten in ons bed terwijl het water in onze taille druppelt.

donderdag 26 augustus 2010

Hoe Liesje lopen leerde

Mijn moeder had 's nachts vreselijke pijn gehad. Ze had de hele afdeling bij elkaar gegild. De zusters hadden haar apart gelegd. Eén van de zusters had gezegd: 'Het is waarschijnlijk een bloedpropje dat ergens vastzit.'
De andere zusters hadden instemmend geknikt.
'Ik ga nu iets heel onconventioneels doen,' had de zuster die dacht te weten hoe het zat, gezegd. 'Ik heb dit nog nooit eerder gedaan.'
Ze had mijn moeders benen aan haar voeten omhoog getild. Mijn moeder had het uitgegild van de pijn en toen had de zuster haar benen 'Zo wammes,' vertelde mijn moeder later, op het bed laten terugvallen. De zusters hadden rondom het bed gestaan. In afwachting van het aanstaande wonder. De pijn was onmiddellijk verdwenen. De zuster in leiding had gezegd: 'En dat was tevens de laatste keer. Het was een gok, een goed uitgevallen gok.'
Mijn moeder was weer naar haar kamer gebracht en de rust was in het ziekenhuis teruggekeerd.

Ze zat al op een stoel toen we aankwamen. Ik had nieuwe schoenen voor haar meegenomen, van die Portugese die volgens haar nergens meer te krijgen zijn. Ze moesten meteen aan. Ik was de prins die Assepoester de muiltjes aan haar voeten schoof. Toen kwam de fysiotherapeut die met haar ging lopen en op haar nieuwe schoenen liep ze de kamer uit, de gang op, linksaf nog een gang op, krukken vooruit, geopereerde been ertussen, goede been ervoor, krukken vooruit enzovoorts. De trap op moest ze haar beste beentje voor zetten en de trap af juist eerst haar 'slechte been' zoals ze het zelf noemde, maar dat mocht ze niet zeggen van de fysiotherapeut.
'Het is nu weer een goed been.'
Mijn vader en ik liepen juichend achter mijn moeder aan.
'Goed hoor mam.'
In de revalidatiekamer moest ze even fietsen en tussen de brug lopen, zijwaarts, op de tenen en op de hakken, voorwaarts, achterwaarts. Met verbeten fanatisme voerde mijn moeder de opdrachten uit. De fysiotherapeut liet de röntgenfoto zien van haar nieuwe heup, een steeltje met een bolletje erop.
'En hier zit het cement,' wees de fysiotherapeut aan.
'Waarom is dat?' vroeg ik.
'Om het vast te metselen.'
Ik had echt nooit verwacht dat iemand zo snel na een operatie zou kunnen lopen. Mijn moeder is weer als nieuw.

maandag 23 augustus 2010

Uit elkaar

Daar stonden ze, mijn vader en oudste zus, aan het bed van mijn moeder vlak na de operatie aan haar rechterheup. Mijn oudste zus had een prachtige bos bloemen meegenomen. Per dag mochten er maar twee bezoekers aan het bed en de eerste dag was de beurt aan de oudste. Mijn moeder zag bleek. Mijn vader was er niet gerust op. Ik had de dag ervoor mijn moeder rozenkwarts gegeven voor een goede afloop. De stenen lagen nu op haar nachtkastje, naast de vaas met bloemen van mijn zus. Mijn moeder had de nacht voor de operatie niet geslapen en na de operatie had ze flink geslapen maar ze voelde zich nog niet erg goed. De man van mijn moeders kamergenoot zei dat het normaal was dat je je zo voelde. Zijn vrouw kreeg al haar derde heup. Ik moest daarom glimlachen omdat ik meteen een beeld zag van een vrouw met drie heupen.

Mijn vader is nu alleen thuis. Hij eet één van de twintig gehaktballen die mijn zus voor hem gebakken heeft. Mijn ouders zijn voor het eerst in hun leven uit elkaar. Dat gaat zeven weken duren. Gister nog, in de zon op het terras, vertelden ze, elkaar aanvullend, over de film die ze op televisie hadden gezien. En hoe ze gelachen hadden en dat het echt zo'n hoe-heet-zo'n-film was, zo'n film waardoor je je goed voelde. En nu is er in mijn moeder gesneden, voor het eerst in haar leven. Haar lichaam was oud maar nog gaaf. Nu maakt ze zich klaar voor haar tweede jeugd.

zondag 15 augustus 2010

De kiem van een idee

Als je nog naar de film Inception wilt, dan moet je misschien niet verder lezen, tenzij je juist graag over films leest voordat je ze gaat zien. In deze film probeerden de helden een idee in iemands hoofd te planten, via zijn dromen. Het beste was om de kiem van het te ontwikkelen idee in het onderbewustzijn aan te brengen, zodat het kon uitgroeien tot een complex idee, een beklijvend idee dat in de persoon zou gaan wortelen, en tot het uitvoeren ervan zou leiden. Uiteraard hadden allerlei partijen belang bij de uitvoering van het idee. Het ontwerp van de kiem werd gebaseerd op angsten, wensen en herinneringen van de geïmplanteerde. In grote lijnen ging de film over wat we als waarheid beschouwen en wat niet. Vandaag gezien op maximaal scherm. We zaten halverwege de zaal en we zaten bijkans in de film. Leonardo di Caprio was een reus, de ondertiteling reusachtig. Het geluid deed ons trillen op onze stoelen. Het mooiste was dat aan het einde van de film alle personages elkaar in het voorbijgaan aankeken met een ken-ik-jou-niet-ergens-van-blik. Later op straat leek er van alles te kunnen gebeuren en meende ik ieder voorbijgaand gezicht ergens van te kennen. In my dreams.

zaterdag 14 augustus 2010

Vakantie in eigen land

Vanavond voerde ik fluisterend gesprekken over vakanties en zag vakantierecepten op borden werkelijkheid worden. Dat de mensen in Spanje elkaar echt spreken op straat, dat de kroegen daar een verlengde van de straat zijn. Jong en oud. Alles door elkaar en ook dit werd werkelijkheid hier in deze tuin, dichtbij de vuurkorf, zittend aan de picknicktafel, arm aan arm, kijkend in glinsterende ogen en gebruinde gezichten. Dit keer niet verder dan Frankrijk gekomen, zei iemand, geeft niks. Dat boeren in Denemarken vroeger heel graag Hans Christian Andersen op bezoek kregen omdat ze zo hoopten in zijn verhalen terecht te komen. Dat Spanje een wilde tuin is, Frankrijk een meer aangeharkte tuin is en Nederland een extreem aangeharkte tuin is. De tuin waarin wij ons bevonden was duidelijk een stukje Spanje in Nederland.

maandag 2 augustus 2010

De redder

Hij ligt op de trambaan en zij loopt langs.
Hij zegt: 'Dit is geen toeval. Jij moet mij redden.'
Zij schat de situatie in en vraagt of hij in gevaar is dan.
'Ik ben heel erg in gevaar en jij bent de enige die mij kan redden.'
'De enige van alle mensen die hier lopen?' vraagt zij.
'De enige die mij de hand kan toereiken, mij overeind helpt, erdoorheen sleept en mij boven mijzelf uit tilt, maar dat is pas later.'
'Ik wist niet dat ik het in me had,' zegt ze.
'Wij hebben dat in ons.'
Zij strekt haar hand uit.
'Ik wist dat je niet aan mij voorbij zou lopen,' en hij legt zijn hand in de hare.