donderdag 11 november 2010

Wereldreizigers

Ik herken ze aan hun stemmen. Ik draai me om en zie ze op hun rug lopen richting koffiehoek waar we hebben afgesproken. Allebei hetzelfde gebroken witte windjack met groene biezen. Mijn vader achter de trolley met koffers. Mijn moeder achter haar rijdende looprek. Ik wurm me tussen hen in en sla mijn armen om hun schouders. We lopen direct door naar afwijkende bagage.

We hebben nog ruim een uur voor thee en muffins. Gewapend met medische brieven zullen ze straks opgehaald worden. De vrouw met de nieuwe heup en haar begeleider. Ik leg een zak wereldreizigersdrop voor ze op tafel.
'Jij hebt altijd van die aparte dingen', zegt mijn moeder.
'Dat is zeker bedoeld voor onderweg?', vraagt mijn vader.
'Hoezo?', vraag ik.
'Ik zou best nu al een dropje lusten', zegt mijn vader.
'Nou maak open', zeggen mijn moeder en ik in koor.
'Gaan jullie nog excursies maken?', vraagt mijn vriend.
'Op onze leeftijd ben je niet meer zo avontuurlijk ingesteld. Nou ja, moeders hier nog wel, maar die is dan ook een jaar jonger', zegt mijn vader terwijl hij ons een dropje aanbiedt.
Mijn moeder lacht.
'Het is ieder jaar een feest van herkenning of een verrassing wat er nu weer veranderd is', zegt mijn vader, 'maar dat zijn maar kleine dingen hoor, die daar veranderen.'

Voorbij de douane zien we ze in een golfkarretje wegrijden. Mijn moeder zwaait met haar kruk, alsof ze met een vlag zwaait aan een lange stok. Mijn vader houdt de rolstoel vast van een andere vrouw die slecht ter been is. Hij is zo geconcentreerd op zijn taak dat hij niet meer opkijkt.

Mijn vriend vertelt op de terugweg nog een verhaal. Hij ging met mijn vader naar de wc op Schiphol. Er hing een bordje 'gentlemen'.
'Daar trekken we ons maar niks van aan', had mijn vader gezegd.