vrijdag 8 juni 2012

De godverdommes

Ik zat vanmorgen vroeg in de tram te genieten van een jong hondje, laag op de pootjes, met te grote oren voor de rest van zijn lijf. Het meisje dat het hondje aan de lijn had, lachte trots naar me. We zaten achterin en elke keer als bij de halte mensen voor de deur stonden om eruit te gaan, snuffelde het hondje voorzichtig aan hun schoenen, leren tassen en bij een meisje aan de bontjes van haar laarzen. Daar moest ik om lachen. Zijn staart hing plat en loodrecht achter zijn lijf naar beneden en reikte tot de grond. Als de deur open was en de mensen naar buiten, dan gooide het hondje zijn neus in de wind alsof hij die op wilde vangen. Dan ging de schuifdeur hortend en stotend dicht en deinsde hij achteruit, viel eerst van schrik op zijn kont en ging dan naar het baasje om aangehaald te worden.
'Goed zo', zei het meisje dan. Zo ging het een paar haltes.
'Dit is zijn eerste keer in de tram', zei het meisje.
'Hij probeert alles te begrijpen, maar het is natuurlijk onbegrijpelijk wat hier gebeurt', zei ik.
Ik zat helemaal in de wereld van het hondje. De geluiden, de schuifdeur, het hekje, het piepen van de ov-chipkaarten. Alles vanuit het perspectief van die hond.

Op de Marnixstraat werd omgeroepen dat er een ongeluk gebeurd was en dat de tram door zou rijden tot het Haarlemmerplein, maar ik moest naar Centraal station. Dus ik stapte uit om de bus te nemen. De tram reed door en ik zwaaide naar het meisje dat wel verder ging. Ik dacht aan het hondje dat mij nu niet kon zien.

Een groot deel van de mensen stapte over op de bus die achter de tram was aangesloten. Een vrouw voorin was erg opgefokt en zei wel drie keer godverdomme. De bus reed een stukje en stopte 30 meter verder op de halte nog een keer. Een oude vrouw stapte in en dat ging nogal traag.
'Ja, jezus mens', zei de opgefokte vrouw tegen haar.
Ze zei het echt en ik stond op het punt er iets van te zeggen, toen de oude vrouw zei: 'Ach ja, ik heb ook maar één leven.'
Ik moest daar even over nadenken maar ik vond dat ze zich daarmee goed verweerd had tegen de opgefokte vrouw. Ik zag de oude vrouw letterlijk dat ene leven op haar rug torsen, zich daar constant voor verontschuldigend.
De bus werd voller en voller en bij elke halte hoorde ik een godverdomme en wist ik precies waar de opgefokte vrouw zich in de bus bevond. Tot ze bij de Dam uitstapte.

Vlak voor Centraal stond er een man naast me. We stonden stil voor de laatste kruising.
'Godverdomme', zei de man, 'waarom staan we stil?'
Ik zag een schoolklas kindertjes het zebrapad oversteken.
'We kunnen ook gewoon op die kinderen inrijden', zei ik tegen hem.
Hij wendde zich af. Buiten regende het pijpenstelen.

1 opmerking:

  1. Wat een mooie verhalen hier. Ik heb ze pas net ontdekt omdat ik je naam zag op Facebook en ik me afvroeg wat je doet tegenwoordig. Ik geniet er echt van. Ik ga je volgen (via de e-mail hoor, RSS-feed ofzo, niet stalken).

    BeantwoordenVerwijderen