maandag 19 augustus 2013

Hoe de wereld verhertte

Ik was het eerste hert dat kon vliegen. Ik had een hertengezicht. Ik dacht als een hert en er waren vleugels uit mijn schouders gegroeid, van de ene dag op de andere. Ik had spierpijn van het vliegen, omdat ik nog moest wennen. Het mooie was dat ik over de oceaan kon vliegen en dat ik ontdekte dat die in het midden, ver op zee, totaal bewegingsloos lag, met spiegelglad wateroppervlak. Daardoor kon ik zien dat ik een witte buik had met kleine witte krulletjes in de vacht. Niks was fijner om mijn eigen buik te bewonderen in die stilte. Andere vliegende herten vonden dat ook. Ik was al snel niet meer de enige en met velen vlogen we in stilte. En terwijl mijn vriendjes en ik onze witte buiken in het gladgestreken oceaanoppervlak bekeken, was de wereld aan het verherten. Overal verschenen hertenvleugels op schouders van mensen. Onder een boom stond een man hout te hakken. Er werd ingezoomd op zijn schouder en krakend verscheen daar het beginsel van een vleugel, de botjes zacht en aaibaar als een hertengewei, met bruinkleurig vlies ertussen. Deze transformatie vond plaats in Dolby Surround, zoals in de bioscoop waardoor je over je schouder kijkt omdat het geluid daar vandaan komt en niet van het scherm. Een vrouw die haar gevallen schoudertas opraapte, kreeg vleugels. Deze beginnende herten moesten nog wachten tot hun vleugels uitgegroeid waren tot zeewaardige vleugels. En dan pas kon het echte werk beginnen.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten