vrijdag 18 november 2011

De dramadocente

Mijn moeder was een groot deel van haar werkende leven dramadocente. Mijn vader zat ook in het onderwijs. En de gesprekken bij ons aan tafel gingen altijd over leerlingen en didactische vaardigheden. Wat mijn vader vertelde, snapte ik. Mijn vader leerde mensen concreet iets, zoals meester Flik ons rekenen en taal leerde. Mijn moeders leven buitenshuis was een verzonnen leven. Zij was de enige dramadocente op aarde. Het was dé specifieke en persoonlijke kwalificatie voor wie en wat zij was. Toen ik nog heel klein was, nam ze me mee naar haar werk. Ik heb er leren zwemmen. Op het werk van mijn moeder hadden ze een zwembad. (Het is jammer als ik vertel waarom daar een zwembad was). En er was een heuveltje op weg van Bergen naar Bakkum, waar we extra hard overheen reden met haar Simca, omdat ik daar zo lekker misselijk van werd. Toen ik ouder werd begon ik mij te schamen voor de expressieve dramadocente in mijn moeder. Eén keer heel erg toen ze een vriendinnetje van mij imiteerde die een Limburgs accent had.

Afgelopen week gingen we op het gemeentehuis een formulier halen om een parkeervergunning voor invaliden mee aan te vragen. Het zou handig zijn, omdat mijn vader haar dan dichter bij plaats van bestemming kan afzetten als ze ergens heengaan. Ze gaan een paar keer per week koffie drinken op het strand. Mijn vader zet mijn moeder bovenaan de strandopgang af, en moet de auto beneden aan het duin parkeren. Hij moet vervolgens vijftig treden omhoog klimmen. Mijn moeder houdt zich intussen staande aan de paal met het bord 'verboden een bepaald percentage alcohol op het strand te nuttigen', als ze niet is weggewaaid tenminste. Een kwartier laten hervinden ze elkaar en lopen gearmd naar het strandpaviljoen.

'Waar is de wc?'
'Moet je nu?'
'Als papa straks aan de beurt is voor die vergunning, wil ik even extra mank langs die balie lopen.'
Mijn moeder overziet in de grote hal van het gemeentehuis de scène die straks gaat plaatsvinden.
'Papa gaat alleen even een formulier ophalen. Dat moet je thuis invullen en opsturen.'
'Ik wil toch even langslopen.'
Ze maakt aanstalten om op te staan, steunend op haar stok. Ik krijg zin om haar terug te duwen op het bankje.
'Mam, die mensen hier bepalen echt niet of jij die vergunning krijgt.'
'Ik wil het toch doen.'
'Jij blijft zitten en je gaat hier geen act lopen opvoeren,' bijt ik haar toe.
Mijn moeder trekt een gezicht alsof ik haar ik weet niet wat aandoe.
Onmiddellijk schaam ik me dat ik zo uitval. Ik loop even van haar weg.

1 opmerking: