vrijdag 13 mei 2011

Jeugdvriend

Zijn moeder bakt zelf brood, maakt zelf jam en boter. Het is haar grote trots. We zitten in de keuken en krijgen een dikke plak, donker, vochtig brood met daarop een laag vlokkige boter en een dikke laag jam. Ze noemt het gebakjes. De boter smaakt altijd een beetje gekkig. Zij vindt het de beste boter van de wereld en ik doe alsof ik het lekker vind omdat gezegd wordt dat het lekker is. Liever at ik alleen het brood met de jam of nog liever alleen de jam, want het brood smaakt zurig, net als de boter. In hun huis ruikt het ook zurig. In de keuken staat een grote karnton op de grijze tegels. Dezelfde tegels als bij ons op de wc met dieren erin. Hier zitten weer andere dieren in.

Mijn jeugdvriend overleed, niet toen onze jeugd nog in volle bloei was, maar veel later. Hij stortte op zijn negentiende in elkaar op het hockeyveld. Mijn moeder vertelde het me toen ik terugkwam van vakantie. Ze drukte me op het hart dat zijn moeder het fijn zou vinden als ik langs zou gaan om met haar te praten over haar zoon. Ik heb het nooit gedaan.

Antoine en ik speelden met barbies, zaten samen in bad en sliepen in één bed. Op een dag belde ik aan, zoals altijd, om te spelen. Zijn moeder deed open en zei: 'Je moet hier maar niet meer komen. Antoine moet meer met jongens gaan spelen.'
Ik deed wat ze vroeg.

3 opmerkingen:

  1. erg mooi, tragisch verhaal, Gijs. In zo weinig woorden.

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Een mooi vertelde herinnering. Door de laatste paragraaf krijgt de voorgaande paragraaf wel iets meedogenloos, maar misschien is het dat gewoon ook.

    BeantwoordenVerwijderen